Notes
Matches 3,801 to 3,850 of 4,214
| # | Notes | Linked to |
|---|---|---|
| 3801 | van Gelre Deventer | van Gelder, Adolph (I594)
|
| 3802 | van Grimbergen | van Altenbockum, Johan (I759)
|
| 3803 | van Heeswijk / van Rijswijk. Descendents of Aleid van Ossenbroeck | van Heeswijk, Jan Hendriksz (I415)
|
| 3804 | Van Leeuwen was een belangrijke adellijke familie. Geertruid van Leeuwen, gehuwd met Adriaan van Eck (van Panthaleon), uitlandsch militair, zoon van Derk van Eck, ridder (grondheer te Maurik, thijnsmeester van eenige erfgoederen en landerijen onder Eck en Ingen, overleden in 't Cecilienklooster te Tiel in 1542, waarheen hij wegens den kleefschen oorlog gevlucht was) en van Olivia van Welij. | van Leeuwen, Geertruid (I889)
|
| 3805 | van Lynden tot den Mussenberg or van Lynden van de Muschenberg | van Lynden, Beatrix (I2375)
|
| 3806 | van Nes. Doopgetuige: Klaartje Roosetre. | van Esbruggen, Pieter (I7604)
|
| 3807 | van Oostenbrug. Ondertrouwd op 27-01-1781 te Leiden (getuigen: zijn vader Paulus Oosterbrug en haar moeder Catharina van Elst), gehuwd 1781 met Sara Riebeek. | Oostenburg, Pieter (I7525)
|
| 3808 | van Osenbrug | van Osnabrugge, Rebecca (I7566)
|
| 3809 | van Osnabrug Ondertrouwd: (1) op 22-04-1774 te Leiden (getuigen: zijn vader Adam van Osnabrug en haar moeder Stijntje de Neurin), gehuwd 1774 met Maria Eijsbers, geboren 1749, gedoopt op 13-03-1749 te Leiden, dochter van Pieter Eijsbers en Stijntje Den Erm. Ondertrouwd: (2) op 21-04-1780 te Leiden (getuige): zijn broer Andries van Osnabrug en haar moeder Jannetje Timmerman). Hij is wed van Marijtje IJsbertse Gehuwd 1780 met Pietertje Melchert, dochter van Jan Melchert, broodbakkersknecht, en Jannetje Timmerman. | van Osnabrugge, Adam (I7442)
|
| 3810 | van Panthaleon Geertruid van Leeuwen, gehuwd met Adriaan van Eck (van Panthaleon), uitlandsch militair, zoon van Derk van Eck, ridder (grondheer te Maurik, thijnsmeester van eenige erfgoederen en landerijen onder Eck en Ingen, overleden in 't Cecilienklooster te Tiel in 1542, waarheen hij wegens den kleefschen oorlog gevlucht was) en van Olivia van Welij 4). Herman van Leeuwen, in 1528 gehuwd met Elisabeth van Eck, zuster van straks genoemden Adriaan v. Eck. De Navorscher. 26e jaargang 1876. Nieuwe serie. 9e jaargang. p. 370-374 | van Eck, Adriaan (I888)
|
| 3811 | van Panthaleon, Rijswijk | van Eck, Herman (I1030)
|
| 3812 | van Rechteren. Her ancestors on both sides go back a very long way. Zij is begraven in St. Agnietenkerk, Arnhem (Gelderland). | van Heeckeren, Sophia (I1901)
|
| 3813 | van Remmerden | van der Scheur, Grietje Dirksen (I3139)
|
| 3814 | van Styckhage www.genealogieonline.nl/kwartierstaat-sijnesael-teillers/I17099.php | van Streithagen, Margaretha (I363)
|
| 3815 | van Ulft. Heraldieke Bibliotheek: Evert en Henrik van Hekeren,broeders 1496 door den-selfden gemeld | van Heeckeren, Henrick (I867)
|
| 3816 | van Ulft. Vrouwe van Kemnade en Gramsbergen | van Heeckeren, Agnes (I866)
|
| 3817 | van Welij Thoe Malderick www.genealogieonline.nl/kwartierstaat-mulders/I12648.php | van Leeuwen, Herman (I1365)
|
| 3818 | van Wijenrade | van Varick, Goosen VI (I823)
|
| 3819 | van Wylacke | van Wylich, Hendrik (I6009)
|
| 3820 | van Wylich-Lottum | van Wylich, Louise Sophia Dorothea (I4229)
|
| 3821 | vanderkrogt.net/kwartierstaat/g20ev.html | van der Woude, Jacob (I985)
|
| 3822 | Various spellings, but mostly written in records as: Willem Hendrickse van Osenbrugge Another source says that he died in 1719. In 1719 Willem buys a large farm named De Hope in Rijswijk. Historic records show that on March 10, 1719 the heirs of van Heteren sell a farm of 3 mergen and 2 hont to Willem Hendrikse van Oosenbruggen for 445 guilders. In 1716 he had already bought an adjacent parcel of land of 5 hont. Old land nomenclature: 1 mergen = 6 hont 1 mergen = 8400 m^2 1 hont = 1400 m^2 1 hectare = 10.000 m^2 = 2.5 acres Therefore, his land area was a total of 3.5 hectare or 9 acres. Diaken Rijswijk 1702-04 Voluntaire protocollen Rijswijk: 14.1.1716: Schuldbrief van Willem Hendrikse van Osenbruggen en Maeyken Dercks, groot 700 gulden. ten gunste van Anna Elisabeth van Deelen met onderpand 7 hont bouwland onder Maurik; een akkerland in het gepoot staande groot 5 hont, oostwaarts grenzende aan Berent en Willem Hendrikse Osenbruggen, enz. 3.5.1717: Schuldbekentenis van Willem Hendrikse van Oosenbruggen en Maayke Dirckx Kurf. echtel. groot 1500 gulden ten gunste van Judith vanDelen, met onderpand aan de andere zijde staande percelen. Transport van Joost van Essevelt en Neeltje Jans Quintt, EL (=echteluiden=spouses), cum tutore marito, hebben vercost, gecedeert en getransporteerd aan Willem Hendrickse van Osenbrugge ende Maaike Dircks Kurff, EL, en desselfs erven, ca. 2 morgen bouwland daer onder een boomgaerdje. Tevens nog een stuk bouwland, groot 5 hont en een stuk van 3 1/2 hont, alles onder Rijswijk voor een totaal van 1000 gld. Vermogenstransport dd. 3-5-1717. 10.3.1719: De erfgenamen van Heteren verkopen aan Willem Hendrikse van Oosenbruggen een hofstede groot 3 mergen 2 hont onder Rijswijk voor 445 gulden. May 30, 1719: Mortgage deed of 600 guilders of Willem Hendrikse van Oosenbruggen and Maeyke Dercks Kurff (spouses) for beneficiary Evert Wilbrennick (a minor) at 5% on house and homestead with the orchard there, inclusive of the 4 ackeren arable land at Rijswijk, extending from half of the Heuvel street to the Poldergraaf 30.5.1719: Hypotheekbrief van Willem Hendrikse van Oosenbruggen en Maeyke Dercks Kurff. echtel. ten gunste van de minderj. Evert Wilbrennick, groot 600 gulden à 5% op huys en hofstad met de boomgaert daer annex de 4 ackeren boulant onder Rijswijck gelegen in de polder, streckende uyt de halve Heuvelstraet tot aen de Poldergraef toe. 1.8.1719: Willem Hendriksen van Osenbruggen en Maeyke Dirks Keurf, echtel. cum tutore marito, hebben schuldigh bekent aen Engeltjen van Utrecht eene capitaele summa van 500 gulden cum interesse ad 5% sjaers stellende tot een speciale hypotheek seeckere hofstede groot 3 mergen 2 hont onder Rijswijk in de Wijfdijk gelegen enz. | van Osnabrugge, Willem Hendrickse (I4244)
|
| 3823 | Veehouder, koopman, slachter. Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 18-11-1887 te Nieuwkoop (getuigen: Albert Woelders, 43 j, veldwachter; Johannes Meerleveld, 53 j, nachtwaker; Jacob de Gans, 32 j, smidsknecht en Willem van den Bosch, 49 j, gemeente secretaris, alle wonende in Nieuwkoop) Lived in Nieuwkoop in 1887 | Verduijn, Cornelis (I9503)
|
| 3824 | Veerman van het Rhenense veer. | Vonck van Lienden, Dirk Hillebrantsz (I4117)
|
| 3825 | Velbruggen / Velbruck | van Aldenbruck, Anna (I699)
|
| 3826 | Velen / Veelen. One history book has her married to Cornelis van Ossenbroek. See here: https://vanosnabrugge.org/docs/Anna-van-Vehlen.jpg But a more recent study, based on "kwartierstaten", specify Arend van Ossenbroek. See here: https://vanosnabrugge.org/docs/Arend-vanO.jpg Van Velen (Vehlen / Veelen) were an "adelijke" (noble) familie just N.E. of Doetinghem in the town of Vehlen. In the 1660s they were counts. The forefather is called Bernt van Velen. Velen family is also connected to the von Raesfeld family, which later married the v. O-s in Cleves. | van Vehlen, Anna (I766)
|
| 3827 | Veluwse adel | van Spuelde, Margriet (I10195)
|
| 3828 | Veluwse adel. Burgemeester van Harderwijk. Died from the plague. Some sources on genealogieonline.nl have his wife as Ida van den Steen. However, in Navorscher documents, she is listed as the wife of Sybert (van) Ripperbant. https://vanosnabrugge.org/genealogy/getperson.php?personID=I523&tree=tree1 | Ripperbant, Gisbrecht (I8963)
|
| 3829 | Verdronken in de Leidse Rijn | van Osnabrugge, Jan Hendrik (I2159)
|
| 3830 | vermeld 1698-1727, lid ridderschap Veluwe | van Eck, Antonie George (I7700)
|
| 3831 | Vermeld in 1476 in Limburg | van Wylich, Hendrick (I6083)
|
| 3832 | Vermeld in 1593. Overleden voor 1599. Ongehuwd. | van Eck, Albert (I7782)
|
| 3833 | Vermeld op 12 april (jaar??) johnooms.nl/heren-en-vrouwen-van-adel/van-der-duyn/ | van der Duijn, N.N. (I9657)
|
| 3834 | Vernieuwt een leen-eed namens zijn moeder op 21 juli 1620. Overluid en begraven te Arnhem. Burger Arnhem 19.4.1587. Arnhem: 1618- 14 April: Wilhelm Spoltman bekent schuld aan zijn broeder Derk Spoltman. Blijkens de tabellen der Scrimpsche Vicarie is Wilhelma von Kernebeck voor de derde maal gehuwd en wel met Wilhelm Spoltman. Dit wordt gedeeltelijk bevestigd door de navolgende acte: Perkamenten charter met afhangend stadszegel 1687, 24 Maart: Schepenen van Bocholt bekennen, dat zijn verschenen Johan Goicken als istziger man en momber van Ursula Wellbrem (?) wonende bei Werle (?) in 't Stift Keulen, alsook gen. Ursulen zoon Jacob Spoltman met wijlen Johan Spoltman geteelt, die verklaarden, voor zich en hun huisvrouw resp. moeder te verkoopen aan Hendrik Blancke en Ursula Kernebecken echttelieden, hun gerechtigheid aan deGaardens in de Rowischen welke Willemken Kernebecken wed. Henrick Spoltman, hun resp. verkoopers grootvader en moeder bezeten en zij daarvan aangeërfd hebben. Intusschen wordt hier niet een Wilhelm maar een Henrick 8. vermeld. Het is ons niet gelukt dit punt volkomen op te helderen. Wapen Spoltman: in goud twee schuin gekruiste zwarte pijlen. gw.geneanet.org/hoffman?lang=nl;p=jan;n=spoltman | Spoltman, Jan (I1450)
|
| 3835 | Vertegenwoordiger | van Osnabrugge, Jacob (I1513)
|
| 3836 | Vertegenwoordiger. | Verduijn, Jacob (I9524)
|
| 3837 | Vertrok op 9 mei 1917 naar Zeist | van Osnabrugge, Jacomina (I2618)
|
| 3838 | Verzekeringsinspecteur | van Osnabrugge, Gerrit (I2616)
|
| 3839 | Verzet deelnemer. plaats van overlijden Mittelbau Dora / Ellrich datum van overlijden 13 - 03 - 1945 | van Boetzelaer, Abraham Johan (I2168)
|
| 3840 | Verzetsman mr. Samuel Willem Alexander baron Voerst van Lynden, burgemeester van Gramsbergen, werd op 4 januari 1945 door de Hollandse SS uit zijn woning gehaald en afgevoerd. Hij is nooit teruggekeerd. Op 10 april van dat jaar werd hij vanuit het kamp Neuengamme op transport gesteld. Dat is het laatste feit dat men heeft kunnen achterhalen. | van Voërst van Lynden, Samuel Willem Alexander Baron (I2031)
|
| 3841 | Vestigt zich te Utrecht 30 Dec 1898 | van Osnabrugge, Anna Elisabeth (I2708)
|
| 3842 | Vetrok naar Batavia. | Houckgeest, Joris (I6292)
|
| 3843 | VIa. Wouter van Brienen (wolter) heer van Lathmer, trouwde met Petronella de Wolff van Westerode. 26 December 1527. Sweer van Brakel, Johan van Hackfort en Wolter van Brienen tho Lathmer verklaren als gekozen bloedverwanten uit de Ridderschap van Gelder in een geschil tusschen ,die Ed. Heeren Hendrik en Jasper van Brienen, kinderen van wijlen Jacob van Brienen en Vrouwe Elisabeth van Capelle, onse lieve nichte saliger memorie" dat: genoemde Hendrik aan zijn broeder Jnsper nutertijt Capiteyn in Duytsland voor syndeel zal afstaan de goederen van wijlen zijn ouders gelegen in de ampte van Eede en dat genoemde Jasper aan Hendrik het bezit zal laten dergoederen hem aangekomen en geprelegateerd door wijlen Hendrik van Brienen en Maria van Hesterwyck, alles op boete van 200 oude Fransche schilden; geteekend: H. van Brienen, Jas. van Brienen , J. van Hackfort en W. van Brienen tho Lathmer. | van Brienen, Wouter (I2368)
|
| 3844 | Viermundt? | Viervont, Bernard Jansz (I745)
|
| 3845 | VII.2. Werner IV van Pallant (1480 - 1 maart 1557), heer van Breitenband en Ruyff. Hij trouwde op 28 mei 1532 met Johanna van Bronckhorst-Batenburg (1510 - 1557). Zij was een dochter van Dirk II van Bronckhorst-Batenburg heer van Batenburg en Steyn (1480 - 27 augustus 1541) en Swana van Harff (overleden na 28 mei 1532). | van Pallandt, Werner IV (I463)
|
| 3846 | Vincent was first a monk from 1531 till 1533, when he resigned, afterhis brother Neeflingh sold all his property to him and went abroad. Vincenz v. Ossenbruch, Pfarrer vom 13. October 1531 bis 1533, wo er resignirte. 2 April 1532 Beschreibung : Brüder Nevelynck und Vincentius v. Ossenbroick, Kinder der † Eheleute Joh. v. O. und Perpetua Stael, nehmen mit ihren Schwestern Margriet, Genefeva und Mechtelt eine Güterteilung vor 1) Nevelynck erhält Haus und Schloss zu Ossenbroick mit 5 "Kempen", die Mühle mit dem "taick" dabei und das Haurland achter Smaelbergh; 2) Vincentius erhält 1/3, Nevelynck 2/3 aller Lehen und die Hälfte von den anderen Gütern; 3) Buerens Gut ingen Bossch sollen sie beim Anfall gleichmässig genießen; 4) die Jahrrente ihrer Mutter zu Huessen von 40 Goldgulden sollen die Schwestern teilen, so dass Margriet und Genefern, die mit einerm Pfunde zu Padbeyr bedacht sind, jährlich 10, die jüngste Schwester Metken 20 Gulden erheben soll; 5) Joh. des † Bruders Henrick Bastardsohn erhält einmal 25 Goldgulden oder eine Jahrrente von 10 Ost= 2 1/2 Goldgulden; 6) Vincentius erhält: a) 5 Hornsche Gulden, die Wylhem v. Tyll jährlich gibt, b) die Kaetstätte, woran der alte Derick dye Langhe behandet ist, gibt jährlich an Pacht 5 Ost Gold, 2 Gänse, 1 Kapaun, 3 Hühner und 15 Tage zu dienen, c) die Kaetstätte, woran nun Trynken Krebbers behandet ist, tut jährlich einen Goldgulden, 2 Hühner, d) aus einem Stück Landes, das Otto v. Marwyck gebraucht, jährlich 1 Goldgulden 2 Albus und aus einem Stück Landes, das Jan Albertz gebraucht, 1 Goldgulden, e) die Kaetstätte, woran Wylh. Smydt behandet ist, jährlich geltend 13 Schillinge, deren 12 einen alten Schild machen, und 2 1/2 Gulden curr., 2 Malter Gerste, 2 Malter Hafer, 13 Hühner, 4 Gänse, ein Zehnthuhn, ein Pfund Wachs, ein "maddach" und aller schmalen Zehnten, f) die Kaetstätte zu Gezeller, woran Jan Vorhaert behandet ist, 4 Gulden curr., 2 Gänse, 2 Hühner, g) aus der Mühle zu Ossenbroick 10 Malter Roggen, 1 Malter Weizen und 23 1/2 Goldgulden, h) 1/3 der Lehngüter der Mutter aus dem Hof toe Nyenoye 15 alte Schilde; aus dem Kyffwardt, woran Conrait Syngendorck behandet ist, 5 alte Schilde und aus Jan Albertz Gut 3 Goldgulden: Joh. Heyens Hof gibt zur Pacht 7 Malter Roggen, 4 Malter Weizen, 1 Malter Erbsen, 8 Malter Gerste, 10 Malter Hafer, 11 Malter Buchweizen, 1 fetten Hammel, 1 fettes Lamm, 8 Kapaune und 1 Pfund Wachs, von den aus dem Hofe versetzten 2 1/2 Goldgulden soll V. 1/3 und N. 2/3 bezahlen; aus Jan Verhaerts Hof 9 Malter Roggen, 6 Malter Gerste; die Hälfte von der Erbrente der 8 Malter und 1 Scheffel Gerste zu Berstaide aus verschiedenen Kaetstätten. Zeugen: Joh., Herzog zu Cleve, Jülich und Berg, Graf zu der Mark und Ravensberg; Herm. v. Ossenbroick, Adolff Staell, Waldgraf zu Nergene und Derick v. Eyckell. 1537 März 18. Beschreibung : Heiratsvertrag zwischen Vincentius v. Ossenbroick und Walborgh v. Eyckel, des † Derickes Tochter. Vor Mai ist die Mitgabe 2000 Goldgulden zu erlegen, um damit die halbe an Joh. v. Wylick zu Emerick von den Ossenbroickschen Gütern geschuldete Jahrrente abzulösen, eine weiter Zahlung von 600 Gulden fällig; Abmachungen mit der Brautmutter und den Brüdern Gerith und Derick v. Eyckell. Vincentius bringt das mit 4000 Gulden belastete, aber auf 4000 Goldgulden Jahrrente geschätzte Haus zu Osenbroick mit. Bei Vincentius Tod steht Walborgh dessen Nutznießung sowie eine Jahrrente von 20 Malter Roggen, 20 Malter Gerste, 6 Malter Weizen und 20 Goldgulden zu. Zeugen: Diederick v. den Boitzeler, Erbschenk des Fürstentums Cleve, Adolph Staill v. Holstein, Waltgreve zu Nergenae, Joh. v. Wylenhorst, Herr ther Horst, Dorst, Joh. v. Bueren und Henrick v. Ossenbroick an Ossenbroicks Seite v. Sybert v.Ryswick, Propst zu Aeldenzele und zu Cleve, Brüder Gerith und Derick v. Eyckell, Adriaen v. den Bylant, Herr zu Reyd, Adriaen Beswoit und Steven v. Herthevelt, Richter zu Aesperden, an Walborghs Seite. Bestellsignatur : Gesamtarchiv von Romberg - Urkunden, Nr. 1264. 1540 September 20. Beschreibung : Wilhem, Herzog zu Guylich, Gelre, Cleue und Berghe, Graf zu der Marcke, Zutphen und Rauensbergh, Herr zu Raeuenstein, belehnt Vincnetus von Ossenbroick mit dem Haus, Hof und Mühle zu Ossenbroick als Mannlehen, ferner mit einer Jahresrente von 15 alten Schilden aus dem Hof zu Nedern Aye, endlich mit dem Hof und Gut zu Luydinckhaeuenund allem Zubehör.Zeugen (Lehnsleute): Diederick van dem Boitzeler, Erbschenk und Droste von Cleue, Louff van Oisterwick, Rentmeister. Bestellsignatur : Gesamtarchiv von Romberg - Urkunden, Nr. 1312. 1540 Dezember 20. Beschreibung : Johan van Wylaick, der von Vincentius van Ossenbroick, seinem Schwager, eine erbliche Jahresrente von 205 Goldgulden aus dem Haus und Hof zu Ossenbruyck für 4100 Goldgulden 1533 Februar 14 (op ffridach ipso Valentini mart.) gerichtlich mit Zustimmung seines Lehnsherrn gekauft hat, gestattet Wiederlöse von 2300 Goldgulden, dankt fürZahlung und erklärt, dass von der Jahresrente noch 90 Goldgulden mit 1800 Gulden zu lösen seien. Bestellsignatur : Gesamtarchiv von Romberg - Urkunden, Nr. 1317. In 1541 Vincent v. O. was belehnt for his unmuendigen Neffen Everhard v. Wylich vor Kurkoeln und von Anholt. 1551 Januar 12. Beschreibung : Adolff Staell v. Holtsteynn, Waltgreve zu Nergenae, und Geryt v. Eykell, Vormünder der Kinder der +Eheleute Vincentuis v. Ossenbroick und Walborgh v. Eykell quittieren dem Vincentius v. Haen, Bürger zu Doesborch, und Frau Margriete über 200 bescheidene oberländische Goldgulden (wiegend 2 ingelsschen und 1 troyken), die sie zu Behufder Kinder in Abschlag des Geldes verwandt haben, das dem Genephe v. Ossenbroick in Heiratsverschreibung an Derick v. der Reck, Marschall und Drost zu Unnae, von ihrem elterlichen Gut zugesagt war; Haen erhältfür die Summe eine Jahrrente von 10 Gulden Martini aus dem Gute gen. die Kappersche slege im Gerichte Weele. Bestellsignatur : Gesamtarchiv von Romberg - Urkunden, Nr. 1435. | v. Ossenbroick, Vincentius (I120)
|
| 3847 | Vlaanderen, Arnulf II 'de jonge' van 5th count of Flanders | of Flanders, Arnulf II (I5111)
|
| 3848 | Vlaanderen, Boudewijn IV 'Belle Barbe' van Count of Flanders. Balduin IV. der Bärtige, Graf von Flandern Balduin war beim Tode seines Vaters Arnulf II. (988) minderjährig. Seine Mutter Susanna heiratete Robert II., Sohn und Mitkönig Hugo Capets, wurde aber verstoßen und verlor ihre Morgengabe, den Seehafen Montreuil. Im Zuge der Aufrüstung der Grafschaft gegen Frankreich 993 - zu einem Krieg kam es nicht - entstanden die flandrischen Burggrafschaften; als Vorbild dienten möglicherweise kaiserliche Grenzmarken im benachbarten Nieder-Lothringen. Kurz vor 1000 wandte sich Balduin gegen diese Reichsmarken und ihre Burgen (Valenciennes im Südosten, Ename im Osten), mit dem Ziel, die Herrschaft über den Grenzfluss Schelde zu erringen. Diese Territorialpolitik führte schließlich zur Gründung von Reichsflandern. Außerdem wuchs der Einfluss Flanderns im Bistum Cambrai. Einen Angriff auf Valenciennes (1006) beantwortete König HEINRICH II. mit einem Gegenangriff auf Gent (1007). Innerlothringische Schwierigkeiten zwangen HEINRICH jedoch zur Belehnung Balduins mit Territorien an der Scheldemündung (vor allem Walcheren 1012) und mit Valenciennes (1015). Die Zerstörung der Burg Ename 1033 kann als Ausgangspunkt für die Hauptrichtung der weiteren Bildung Reichsflanderns angesehen werden. | of Flanders, Baldwin IV (I5113)
|
| 3849 | Vlaanderen, Boudewijn V 'le Pieux, de Lille' van Comte de Flandres de 1036 à 1067 Door het plotse overlijden van keizer Hendrik III van Duitsland, is zijn weduwe verplicht vreder te sluiten met Boudewijn V. Graaf Boudewijn V van Vlaanderen (+1067) verwerft alle land ten oosten van de Schelde en delen van Zeeland in leen. Dit gebied noemt men Rijks-Vlaanderen. Kroon-Vlaanderen is dan weer het gebied dat aan de Franse koning toebehoort. Boudewijn V reorganiseert het bestuur in kasselrijen (in plaats van gouwen). Hij krimpt de bevoegdheid van de de kloosteroversten in. Hij sticht een aantal steden als verbinding tussen de kust en de Schelde: Torhout, Ieper, Menen, Rijsel, Kassel en Aire, die ieder de hoofdplaats van een kasselrij worden. Om kooplieden aan te trekken, wordt in elk van de steden een jaarmarkt ingesteld. | of Flanders, Baldwin V (I5115)
|
| 3850 | Volgde zijn vader op als Drost van Twente | van Raesfeld, Goossen (I7901)
|