Notes
Matches 351 to 400 of 5,674
| # | Notes | Linked to |
|---|---|---|
| 351 | Adrianus Gijsbertus van Osnabrugge, geb. Harmelen 5.7.1860, metselaar, vestigt zich 14.1.1888 te Zoeterwoude, waar hij met timmerman Splinter een metselaarszaak begint. Vertrekt naar Leiderdorp, Doeslaan 14 (waar zijn gelijknamige kleinzoon nu nog (1986) een metselaarsbedrijf heeft), overl. Ermelo 10.11.1940, tr. Harmelen 10.1.1884 Geertruida van Luinen, geb. Werkhoven 25.1.1862, overl. Leiderdorp 11.10.1919, dr. van Hendrik van Luinen en Geertruida Lodder. Uit het huwelijk zijn geboren 13 kinderen; 9 dochters (Geertruida 1885-1965 X 1903 met Jacobus Pieter van der Stoel 1881-1962, Aaltje 1887-1972 X 1908 Arend Vink *1884, Hendrika *1888 X Leendert Jongeneel, Francina 1893-1964 X 1918 met Johannes Martinus Limburg 1892-1960, Jacoba 1894-1962 X 1916 met Gilles van Beveren 1884-1962, Anna 1897-1977, Cornelia1898-1964 X met Oscar da Fisi in Roemenië, Gerritje *1902 X 1925 met Cornelis Wilhelmus van den Haak *1900 en Jannigje *1904 X 1926 met Jacobus van Egmond *1899) en 4 zonen (Jan Hendrik 1884-1962 X 1906 met Petronella de Kort 1882-1974 [1 d. en 2 z.], Hendrik Dirk 1891-1956 X 1919 met Adriaantje van Oeffelen 1896-1962 [6d en 5z.], Adrianus Gijsbertus 1896-1896 en Adrianus Gijsbertus 1899-1899) | van Osnabrugge, Adrianus Gijsbertus (I67)
|
| 352 | Adrianus van Eck, j.m. geb. en won. Ingen, en Neeltje van Osenbrugge, j.d. geb. Maurik, thans won. Ingen, met att. dd. 20-5-1795 van Ds. J. v. Broekhuizen te Ingen, hun 3 procl. en met att. 26-5-1795 vertrokken naar Ingen. Zij zijn op 10 mei 1793 te Ingen, Gelderland, Nederland in ondertrouw gegaan. Another source says that they were married in Cothen. | van Osenbrugge, Neeltje (I4786)
|
| 353 | Advocaat bij het hof van Gelderland | Tulleken, Jan Christoffel (I4172)
|
| 354 | Advocaat bij het Hof van Gelderland en substituut-momber, procureur-generaal van Gelderland, burgemeester van Arnhem. | Tulleken, Willem (I4143)
|
| 355 | Advocaat bij het Hof van Gelderland, schepen, raad en burgemeester van Arnhem, schepen van de heerlijkheid 't Loo, advocaat van het kwartier van van Veluwe. | Otters, Herman Hendrik (I4147)
|
| 356 | Advocaat bij het Hof, directeur van de betaling van de melitie des Veluwschen kwartiers. geneanet.org/hoffman?lang=en;p=gerhard;n=wilbrenninck Vrouwe Aleijda Elisabeth Tulleken, weduwe van wijlen de Hr. en Mr. Gerhard Wilbrenninck, geassisteerd met haar schoonzoon de Hr. en Mr. Gysbert Tulleken, burgemeester dezer stad, voorts de Hr. en Mr. Gysbert Tulleken, ontvanger-generaal des Kwartiers van Veluwe, en vrouwe Maria Magdalena Meetelercamp e.l. de Hr. Cajus Petrus Slosboo en vrouwe Theodora Gerhardina de La Lane de Duthaij e.l. en dezelve heer Cajus Petrus Slosboo als gemachtigde van de heer en Mr. Gysbertus Reytz pro se enals vader en legitime voogd van zijn zoon Theodorus Reytz verwekt bijwijlen zijn huisvrouw vrouwe Johanna Christoffelina de La Lane de Duthaij, luid volmacht, op 22-07-1773 voor den Hove provinciaal van Utrecht gepasseerd, en eindelijk Juffrouw Aleyda Elisabeth de La Lane de Duthaij, alle tezamen testamentaire erfgenamen van wijlen Juffrouw Hester Wolting, [---] verklaren te cederen, te transporteren en over te geven aan Michiel Fred. Blaauw en Geertruijda Wesselman, e.l. het huis enerf, staande in de Broerestraat, door de overleden Juffrouw Hester Wolting tot haar dood toe bewoond en bezeten geweest zijnde en staande tussen de behuizingen van Michiel Fred. Blaauw ter eenre- en van AlbertDoelen ter andere zijde, zo en als hetzelve volgens koopcondities van28-06-1773 bij publieke verkoping door Michiel Fred. Blaauw is aangekocht en waarvan de volle kooppenningen ter summa van 2625 gl. voldaan en betaald zijn [enz.] met de rechten, servituten en lasten als waarophetzelve huis bij voorwaarden van den jare 1641 door de heren van de Magistraat der stad Arnhem aan Hendrik Spoltman en Elisabeth van Osenbrugge e.l. is verkocht en aan dezelve op 29-04-1643 is getransporteerd[enz.]; Datering: 04-08-1773 | Wilbrenninck, Gerhard (I1932)
|
| 357 | Advocaat en procureur bij de Raad van Justitie te Semarang | van Ossenbruggen, Pieter Dirk (I10320)
|
| 358 | Advocaat en procureur bij de Raad van Justitie te Semarang | van Ossenbruggen, Pieter Dirk (I10320)
|
| 359 | Advocaat en procureur bij de Raad van Justitie te Semarang. Ook: Commissaris bij een verzekeringsmaatschappij in 1897 te Semarang | van Ossenbruggen, Johannes Pieter (I5132)
|
| 360 | Aegje Cornelisdr SONNEMAER | Sonnemare, Aagje (I5447)
|
| 361 | Aelbert van Hattem, zn. van Johan van Hattem en Maria van Grootveld, geb. circa 1499, buurmeester (1524/5) en nabuur van Maurik (1552), trad in 1561 als getuige op bij een geschil tussen de kinderen van Maria van Hattem en Baet, weduwe van Gerrit van Hattem, leenman van Culemborg (1565), in 1566 wegens ketterij vervolgd, ovl. tussen 09-09-1573 en 06-06-1577, tr. circa 1525 met Helena van Wijck van de Woert, ovl. voor 06-06-1577. Uit dit huwelijk: 1. Dirkske van Hattem, ovl. tussen 1545 en 06-06-1577, relatie met Jan van Leuwen van Welij, zn. van Jan van Welij en Elisabeth Hermansdr van Leuwen, ovl. voor 18-11-1544. 2. Helena van Hattem, gereformeerd lidmaat te Rhenen en vanaf 26-8-1582 te Utrecht, ovl. tussen 09-04-1591 en 05-06-1602. 3. Willem van Hattem, geb. circa 1533, heeft geen kinderen nagelaten, leenman van Culemborg (1565, 1570), burgemeester van Wijk bij Duurstede (1586-1610), gasthuismeester van het St Elisabeth gasthuis (1608), verkreeg ca. 1600 erfpachtgoed te Cothen van zijn neef Johan van Hattem van Reijnestein, waarover in 1604 en 1605 door het Domkapittel een proces werd gevoerd, ovl. tussen 20-03-1620 en 10-06-1620, tr. (1) voor 14-03-1577 met Gesse ter Borch, dr. van Gerhard ter Borch en Maria van Bentem, ovl. na 11-02-1584, tr. (2) voor 18-07-1587 met Cornelia van Schuijlenburg, dr. van Henrick (Antonisz?) van Schuijlenburg, ovl. na 08-12-1592, tr. (3) voor 07-08-1609 met Margaretha van Pasqualijn, (beleend met grond te Maurik na dode van haar man (1620), zij tr. Amerongen 30-7-1625 Oswalt van den Boetselaer, heer tot Toutenborch Windischen Esschenbach), ovl. tussen 30-07-1625 en 16-03-1626. 4. Judith van Hattem, ovl. te Zaltbommel in 07-1592 5. Maria van Hattem, ged. te Deventer op 08-12-1533, ovl. te Alkmaar op 03-02-1624 6. Hester van Hattem, ovl. na 06-06-1577 7. Henrica van Hattem, is geestelijk geweest, ovl. tussen 09-04-1591 en 05-06-1602. 8. Dirck van Hattem, geb. circa 1552, ovl. tussen 30-03-1626 en 16-04-1627 9. Isabella van Hattem | van Hattem, Aelbert (I1367)
|
| 362 | Aernt Ripperbant, ongetrout gestorven of sonste sonder Lijfserven. Hij wort benoemt neffens sine andere Broeder en suster hier onderst. in een pergementen versegelden brief ao 1560 no. 41. Ref: De navorscher-Nederlands archief voor genealogie en ..., Volume 57; Volume 1908, page 183 | Ripperbant, Aernt (I517)
|
| 363 | Afdelingschef bij Shell | van Osnabrugge, Gerrit (I2647)
|
| 364 | Agatha von Braunschweig. Agatha Von Brunswick. Sachsen Ludolf, Agatha von van Oost-Friesland, van Braunschweig, von Brunswick | von Ludolf Sachsen, Agatha (I5087)
|
| 365 | Age:72 | Wijnen, Christina (I4138)
|
| 366 | Agnes | Hollaar (I5848)
|
| 367 | Agnes van Kleef-Hülchrath | van Kleef, Agnes (I2497)
|
| 368 | Agnes van Twickelo (Landgoed Twickel, Delden, circa 1510 - 4 mei 1551) was een Twents edelvrouw. Zij was de jongste dochter van Johan III van Twickelo en Judith Sticke en werd in 1539 de eerste vrouwe van Twickel. Na het huwelijk tussen Agnes van Twickelo en Goossen van Raesfelt de Oude, kwam landgoed en kasteel Twickel in de handen van de familie Van Raesfelt. Uit het huwelijk tussen de twee zijn de volgende kinderen bekend: - Johan van Raesfelt tot Twickel (-1604) de erfopvolger van Twickel, trouwde in 1572 met Lucia van Heiden. Johan werd in 1562 met Twickel beleend. - Goossen van Raesfelt tot Rutenborg, de Jonge, begraven in de Dom van Münster, trouwde met Lucia van Twickelo tot Rutenborg, volgde zijn vader op als drost van Twente. - Adolf van Raesfelt, eerst domheer te Münster. - Dietrich van Raesfelt, domheer, later drost te Bocholt. - Bitter van Raesfelt, domheer te Munster, begraven in de Dom van Münster Agnes van Twickelo werd begraven onder het koor van de Oude Kerk in Delden, waar zich haar zerk nog bevindt. | van Twickelo, Agnes (I7896)
|
| 369 | Agnes van Twickelo (Landgoed Twickel, Delden, circa 1510 - 4 mei 1551) was een Twents edelvrouw. Zij was de jongste dochter van Johan III van Twickelo en Judith Sticke en werd in 1539 de eerste vrouwe van Twickel. Na het huwelijk tussen Agnes van Twickelo en Goossen van Raesfelt de Oude, kwam landgoed en kasteel Twickel in de handen van de familie Van Raesfelt. Uit het huwelijk tussen de twee zijn de volgende kinderen bekend: - Johan van Raesfelt tot Twickel (-1604) de erfopvolger van Twickel, trouwde in 1572 met Lucia van Heiden. Johan werd in 1562 met Twickel beleend. - Goossen van Raesfelt tot Rutenborg, de Jonge, begraven in de Dom van Münster, trouwde met Lucia van Twickelo tot Rutenborg, volgde zijn vader op als drost van Twente. - Adolf van Raesfelt, eerst domheer te Münster. - Dietrich van Raesfelt, domheer, later drost te Bocholt. - Bitter van Raesfelt, domheer te Munster, begraven in de Dom van Münster Agnes van Twickelo werd begraven onder het koor van de Oude Kerk in Delden, waar zich haar zerk nog bevindt. | van Twickelo, Agnes (I7896)
|
| 370 | Ahasveros Jacob Schimmelpenninck van der Oye Heer van Voorstonden en Holthuisen | Schimmelpenninck van der Oije, Asueer Jacob (I9070)
|
| 371 | Ahasveros Jacob Schimmelpenninck van der Oye Heer van Voorstonden en Holthuisen | Schimmelpenninck van der Oije, Asueer Jacob (I9070)
|
| 372 | aka HAIJMEETMAN | Hameeteman, Neeltje (I5861)
|
| 373 | aka HAIJMEETMAN | Hameeteman, Mattheus Arenzn (I5862)
|
| 374 | aka HAIJMEETMAN | Hameeteman, Lijsbeth (I5863)
|
| 375 | aka HAIJMEETMAN | Hameeteman, Hilletje (I5864)
|
| 376 | aka HAIJMEETMAN | Hameeteman, Elisabeth (I5865)
|
| 377 | AKA: Adele of France | Capet, Hildebrande (I10417)
|
| 378 | AKA: Adele of France | Capet, Hildebrande (I10417)
|
| 379 | Aktenzeichen : B 2081/6243 Person : Fkt :Klaeger, (2) Kläger: Maria von Bawir (Buir, Buer, Buhr, Buher, Büher, Buhren,Buyer, Baur), Witwe des Dietrich von Wylich zu Pröbsting (Probstingen; Kr. Borken) und Döring (Duringen; Kr. Borken), und die Tutoren ihrer beider unmündigen Kinder Dietrich, Adolf Hermann, Elisabeth, Agnes und Maria: der Weseler Schöffe Dr. Bernhard von Reid und der Weseler Schöffe und Ratsverwandte, Marias Rentmeister und Verwalter Arnold Scheper (Schoper, Schefer) Sachverhalt : Streitgegenstand: Streit um den Nachlaß des Ostern 1584 kinderlos und intestat verstorbenen Philipp von Wylich zu Winnenthal. Die Klägerin war Witwe von dessen jüngerem Bruder Dietrich, der Beklagte Philipps Halbbruder aus 1. Ehe des Vaters Dietrich von Wylich. Die Klägerin beruft sich für den alleinigen Erbanspruch ihrer Kinder auf einen 1537 zwischen Dietrich von Wylich und seinen Kindern 1. und 2. Ehe geschlossenen Erbvertrag, der durch dessen Testament von 1555 bestätigt worden sei, worin ein Verbleiben der Erbanteile in den durch die verschiedenen Mütter gebildeten Linien vorgesehen war und erst bei deren Aussterben der Übergang in eine andere Linie erfolgen sollte. Sie wendet sich an das RKG, da die strittigen Besitzungen unter verschiedenen Herrschaften liegen und die Beklagten wiederum anderen Herren unterstehen. Die Beklagten bestreiten die Zulässigkeit des RKG\emdash Verfahrens da Philipps Sterbehaus und der größte Teil seines Besitzes im Herzogtum Kleve lägen, so daß dort verhandelt werden müsse. Streit, wer sich derzeit in der Possession der strittigen Ländereien befinde und die Einnahmen daraus heben könne. Prozessart : (5) Prozeßart: Simplicis querelae Instanz : (6) Instanzen: RKG 1584\emdash 1590 (1569\emdash 1590) Beweismittel : (7) Beweismittel: • Notarieller Protest der Kläger bei Abt Heinrich vonWerden wegen der mit der Begründung erfolgten Heimfallerklärung, daß Nordbroich ( (Nordbrock) Mannlehen, kein Dienstmannslehen sei, 1584 (31). •Zeugenrotulus des klev. Richters zu Brünen (Brunen; Kr. Rees) (67\emdash 80). •Desgl. des Richters zu Dingden (Kr. Borken), 1584 (81\emdash 105). •Schreiben des Administrators des Hochstifts Münster an Maria von Bawir, 1585 (106f.). •Protest der Kläger gegen die vom Administrator von Münster genehmigte Einnahme Nordbroichs durch die Beklagten trotz früheren, inserierten, Manutenenzbefehls des Administrators, 1584 (109). •Notariatsinstrument über die Besitzergreifung des Hauses Winnenthal durch die Beklagten, 1584 (149). •Bd. 2: Lehensbrief Herzog Wilhelms von Jülich\emdash Kleve\emdash Berg für Vinzenz von Wylich betr. Haus Winnenthal, 1570 (283f.). •Desgl. für Philipp von Wylich, 1575 (285f.). •Desgl. für Daem von Bawir für seinen Neffen Dietrich von Wylich, Marias Sohn, 1584 (287f.). •Desgl. des Abts Heinrich von Werden für Philipp von Wylich betr. Gut Nordbroich, 1575 (289f.). | van Buir Bockum, Maria (I6017)
|
| 380 | Aktenzeichen : E 242/975 Person : Fkt :Klaeger, (2) Kläger: Caspar von Elverfeldt zu Morsbroich (Hzm. Berg, Amt Miselohe;Stadt Leverkusen), (Kl./Bekl.) Prozessart : (5) Prozeßart: AppellationisStreitgegenstand: Anspruch auf einen Anteil am Gut Morsbroich und auf den Busch Bucholtz im bergischen Amt Miselohe, Kirchspiel Schlebuschrath. Dem RKG - Prozeß gingen zwei Verfahren voraus: 1607 klagte von Elverfeldt am Hofgericht in Düsseldorf gegen die Erben Heßen wegen des Busches Bucholtz. 1612 klagte Schlebusch am Gericht Schlebusch wegen des Anteils am Gut Morsbroich. Dieses Verfahren ging über das Hauptgericht Porz ebenfalls an das Hofgericht Düsseldorf, wo in beiden Verfahren am 22. Mai 1619 die Urteile gefällt wurden. Elverfeldt bestreitet alle Besitzansprüche Schlebuschs: er habe das Gut vor mehr als zwanzig Jahren von Dietrich von Hall zuOphoven, Amtmann zu Monheim, mit allem Zubehör gekauft. Das RKG wies 1622 die Sache als nicht an das RKG gehörig an die Vorinstanz zurück. Instanz : (6) Instanzen: 1. Jül.-Berg. Hofgericht Düsseldorf 1607/ Dinger und Schöffen desGerichts Schlebusch 1612 - 2. RKG 1616 - 1626 (1561 - 1623)/ Schultheiß und Schöffen des Hauptgerichts Porz 1613 - 3. Jül.-Berg. Hofgericht Düsseldorf 1613 - 4. RKG wie unter 2. Beweismittel : (7) Beweismittel: Bd. II (Vorakten): Auszüge aus dem Prozeß Jutta von Ossenbroch ./. Christian Heßen ab 1561 (passim). Formalbeschreibung : (8) Beschreibung: 2 Bde., 11 cm, 438 Bl.; Bd. I:3 cm, 45 Bl., lose; Q 1 - 17 außer12; 2 Beilagen; Bd. II: 8 cm, 393 Bl., gebunden; Q 12 (Vorakten). archive.nrw.de/LAV_NRW/jsp/findbuch.jsp?archivNr=185&tektId=0&id=063&klassId=1&verzId=66&warenkorb=ok | van Ossenberg, Jutta (I106)
|
| 381 | Alardsdr | Pieck, Margriet (I802)
|
| 382 | Alardsdr bij Rembolda van Neringen. Weduwe van Jan Mom, amptman van Maas-Waal | van Isendoorn, Maria (I819)
|
| 383 | Albert Franc Fincken, ged. Marienberg (R.K.) 14-12-1704 (get. Arnold Drescher, Catharina Lipman, avia), schepen te Rimburg 1764-1784, overl. Marienberg 26-4-1784, huwt 1e Anna Maria Dortants, ged. Eygelshoven 27-7-1716, begr. Marienberg 24-5-1758, dochter van Leonard Dortants en Johanna Louppen, huwt 2e Maria Gertrudis Peltzer. | Fincken, Albert Franc (I8498)
|
| 384 | Albert Franc Fincken, ged. Marienberg (R.K.) 14-12-1704 (get. Arnold Drescher, Catharina Lipman, avia), schepen te Rimburg 1764-1784, overl. Marienberg 26-4-1784, huwt 1e Anna Maria Dortants, ged. Eygelshoven 27-7-1716, begr. Marienberg 24-5-1758, dochter van Leonard Dortants en Johanna Louppen, huwt 2e Maria Gertrudis Peltzer. | Fincken, Albert Franc (I8498)
|
| 385 | Albert II of Namur was Count of Namur from the death of his elder brother Robert in 1016 to Albert's death in 1067. They were the sons of Albert I, and Ermengarde daughter of Charles, Duke of Lower Lorraine. In 1037, Albert participated in the war against Odo II, Count of Blois who sought to create a kingdom between France and Germany. In 1046, he took advantage of the Emperor Henry III in his fight against Godfrey III, Duke of Lower Lorraine, and Baldwin V, Count of Flanders. In 1047 he founded the Collegiate church of St. Alban at Namur. | de Namur, Albert II (I10393)
|
| 386 | Albert II of Namur was Count of Namur from the death of his elder brother Robert in 1016 to Albert's death in 1067. They were the sons of Albert I, and Ermengarde daughter of Charles, Duke of Lower Lorraine. In 1037, Albert participated in the war against Odo II, Count of Blois who sought to create a kingdom between France and Germany. In 1046, he took advantage of the Emperor Henry III in his fight against Godfrey III, Duke of Lower Lorraine, and Baldwin V, Count of Flanders. In 1047 he founded the Collegiate church of St. Alban at Namur. | de Namur, Albert II (I10393)
|
| 387 | Aleid | van Keppel, Agnes (I779)
|
| 388 | Aleid and her sister Margaretha (or Katharina) were both nuns in Bedburg. When her brother Gerard died in 1484, she did not inherit anything. Her sister nun did. That probably means that she had died before 1484. | von Ossenbroich, Margaretha (I438)
|
| 389 | Aleid and her sister Margaretha (or Katharina) were both nuns in Bedburg. Aleid entered in 1473 and became Superiorin in 1498. Verhandelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschap. Afdeeling Letterkunde. Twaalfde Deel. 1879. Pagina CLXXII. Oorkonde Veen. VEEN 2. Een blok tiende, (1450: groot 8 morgen), behalve de tiende van 8 hont, die Jan van Noorden van de leenheer hield, in Veen, genaamd Kievitsven, strekkend van de Veense steeg tot de Wijkse steeg, oost: de persoon (1475: de pastorie) van Wijk met een tiende, west: Arnout van Heeswijk (1475: Lambert Jan Adriaansz.) met zijn tiende, (1450: en 5 morgen tienden aldaar in de Uitbeemden, strekkend van de Wijkse steeg tot de Veense steeg, oost: Arnout van Heeswijk; 1475: Lambert Jan Adriaansz.; met zijn tiende, west: de Zwaansheuvelse steeg; 1475: die thans dijk is), (15.: zijnde bijeen de tiende, afkomstig van Aleid van Ossenbroek, in de Kievitsen en deUitbeemden met de Korte hoef, strekkend oost van de pastorie te Wijk met een tiende west tot de Zwaansheuvelse dijk, noord: de Veense steeg, zuid: de Wijkse steeg; 1669: de Oordersteeg). 1485 Juni 29. Beschreibung : Joh. von Ossenbroick verpflichtet sich gegen seine Verwandte Aleid von Ossenbroick, Klosterjungfrau zu Bedber, zu einer Leibzucht von 2 Cleffschen Maltern Roggen, Martini zu liefern aus dem Hofezu Groil, den Jan Heyen nun baut, an Stelle der 2 Malter Roggen, die ihr Golken, Heinr. Hotmans Tochter, aus dem Gute, worauf Golken zu wohnen pflegte, entrichtete, und die er an Thomas Hotman verkauft hat. Bestellsignatur : Gesamtarchiv von Romberg - Urkunden, Nr. 688. In 1500 there was a nun Aleid v. O. in Snoek's Haus in Calcar (close to Bedburg). DE LENEN VAN DE HOFSTEDE ZOELEN IN BETUWE, BOMMELERWAARD, HEUSDEN EN HET LAND VAN ALTENA, 1306-1775. 8. De tiende van Veen zonder het deel van de papenprove in Wijk en Veen, zijnde Jan van Oorde 16 hont, de tiende daarvan, een blok tienden,gehouden van Hendrik van Heeswijk, en de tienden, die vrouwe Aleid van Ossenbroek van de leenheer hield (1584: nu de kanunniken van Heusden); de tienden van de uiterwaarden, strekkend van de oliemolen tot de Andelse Zwartendam buitendijks en de tienden in Veenrebroek. 5-5-1514: Jan van Rijswijk bij dode van Otto van Rijswijk en Jemre van Heeswijk, zijn ouders, 1fol. 3. | van Ossenbroek, Aleid (I437)
|
| 390 | Aleida (Ada) de Varennes (1120-1178). Ada de Warenne (or Adeline de Varenne) was the Anglo-Norman wife of Henry of Scotland, Earl of Northumbria and Earl of Huntingdon. She was the daughter of William de Warenne, 2nd Earl of Surrey by Elizabeth ofVermandois, and a great-granddaughter of Henry I of France. She became mother to two Kings of Scots, Malcolm the Maiden and William the Lion. Ada and Henry were married in England in 1139. They had seven children: •Ada of Huntingdon, married Count Floris III of Holland. •Margaret of Huntingdon married 1) Conan IV, Duke of Brittany and 2) Humphrey III de Bohun. •Malcolm IV, King of Scots. •William the Lion, King of Scots •David of Scotland, Earl of Huntingdon married Mathilda (Maud) of Chester. •Matilda of Huntingdon, born and died 1152. •Marjorie of Huntingdon, married Gille Críst, Earl of Angus. As part of her marriage settlement, the new Countess Ada was granted the privileges of Haddington, amongst others in East Lothian. Previously the seat of a thanage Haddington is said to be the first Royal burgh in Scotland, created by Countess Ada's father-in-law, David I of Scotland, who held it along with the church and a mill. In close succession both her husband and King David died, in 1152 and 1153 respectively. Following the death of Henry, King David arrangedfor his grandson to succeed him, and at Scone on 27 May 1153, the twelve-year-old was declared Malcolm IV, King of Scots. On Thursday 9 December 1165 King Malcolm died at the age of 25 without issue. His mother had at that time been attempting to arrange a marriage between him and Constance, daughter of Conan III, Duke of Brittany, but Malcolm died before the wedding could be celebrated. Followinghis brother's death Ada's younger son William became King of Scots atthe age of twenty two. William the Lion was to become the longest serving King of Scots until the Union of the Crowns in 1603. | de Varennes, Aleida (I1602)
|
| 391 | Aleida van Bemmel Vrouwe van Hirnen en Kernhem | van Bemmel, Aleid (I1899)
|
| 392 | Aleida van Culemborg (ca. 1445 - 20 juli 1471) was vrouwe van Sint-Maartensdijk en van Buren. Aleida van Culemborg was de erfdochter van Gerard van Culemborg en Elizabeth van Buren. Ze huwde op 20 oktober 1464 met Frederik van Egmond. Door dit huwelijk kwam de heerlijkheid Sint-Maartensdijk en de Graafschap Buren uiteindelijk in het bezit van Anna van Egmond, echtgenote van Willem van Oranje. Uit het huwelijk met Frederik van Egmond werden twee kinderen geboren: Floris Graaf van Buren en Leerdam en heer van IJsselstein ook genoemd Fleurken Dunbier (1470-1539) Wemmer van Egmont van Buren Aleida werd begraven in de Sint-Nicolaaskerk van IJsselstein, waar haar praalgraf nog steeds aanwezig is. In 1911 werd de kerk getroffen door een ernstige brand waarbij het gehele interieur werd vernietigd. Het praalgraf is gerestaureerd. Haar beeltenis is gebeeldhouwd in zandsteen en was in het verleden bont beschilderd. In latere eeuwen werd het beeld wit geschilderd. Twee engeltjes ondersteunen het kussen waarop Aleids hoofd rust en bij haar voeten ligt een slapend hondje. | van Culemborg, Aleida (I273)
|
| 393 | Aleken of Adelheid Mensing was de dienstmeid van Arndt von Raesfeld. Zij woonde ruim 20 jaar samen met hem. In 1555 zijn ze alsnog met elkaar getrouwd. "Nach dem Tode seiner ersten Frau Nelle v. Merveldt, im Jahre 1534, lebte Arndt von Raesfeld ca. 20 Jahre, bis zum Ende des Jahres 1555, im Konkubinat mit einer Aleken Mensing, die er erst heiratete, als seine Söhne geistlichen Standes zu höheren Würden gelangten." | Mensing, Aleken (I7828)
|
| 394 | Aleken of Adelheid Mensing was de dienstmeid van Arndt von Raesfeld. Zij woonde ruim 20 jaar samen met hem. In 1555 zijn ze alsnog met elkaar getrouwd. "Nach dem Tode seiner ersten Frau Nelle v. Merveldt, im Jahre 1534, lebte Arndt von Raesfeld ca. 20 Jahre, bis zum Ende des Jahres 1555, im Konkubinat mit einer Aleken Mensing, die er erst heiratete, als seine Söhne geistlichen Standes zu höheren Würden gelangten." | Mensing, Aleken (I7828)
|
| 395 | Alexander Dietrich von Omphal (1661-1729), kapitein in Statendienst, zoon van Johann Friedrich von Omphal en Sibilla von Plettenberg. Huwde 1704, Gijsberta Maria van Eck (1685-1734) te Tiel, dochter van Anthony van Eck en Maria Schull. Doopinschrijving van hun zoon Anthony von Omphal te Tiel, 1707. Anthony von Omphal en zijn vrouw Maria van Aldenburgh Anthony Frederik von Omphal (1707-1759), majoor in het regiment Oranje Gelderland, zoon van Alexander Dietrich von Omphal en Gijsberta Maria van Eck. Huwde 1741, Maria van Aldenburgh (1722-1783), dochter van Jan Floris van Aldenburgh en Johanna van IJsseldijk. | von Omphal, Alexander (I6149)
|
| 396 | Alexander Sander von Tengnagel, zu Elten Immediate Family: Son of Wolter Tengnagel and Raba von Tengnagel (Husband of Margareta von Galen, Father of Raba von Wylich, Brotherof Geertruid van Wijhe) Occupation: Herr zu Elten | von Tengnagel, Alexander Sander (I1853)
|
| 397 | Alexander Schimmelpenninck van der Oye Heer van Holthuisen, Voorstonden en Roderlo | Schimmelpenninck van der Oije, Alexander (I9073)
|
| 398 | Alexander Schimmelpenninck van der Oye Heer van Holthuisen, Voorstonden en Roderlo | Schimmelpenninck van der Oije, Alexander (I9073)
|
| 399 | alias 'van Cankena' | van Dornum, Hiska (I8325)
|
| 400 | alias 'van Cankena' | van Dornum, Hiska (I8325)
|