Notes
Matches 251 to 300 of 5,674
| # | Notes | Linked to |
|---|---|---|
| 251 | 4 Juni 1411. Johan van Bijlandt, Jacob van Nyel, Lubbert van Till en Johan de Roide getuigen, dat graaf Adolf van Cleef verklaard had den graaf van Meurs en den heer van Voorst niet gebeden te hebben in den vrede tusschen hem en den bisschop van Munster in te treden, noch hun hoofdheer te worden (LACOMBLET) | van Till, Lubbert (I8931)
|
| 252 | 4 Juni 1411. Johan van Bijlandt, Jacob van Nyel, Lubbert van Till en Johan de Roide getuigen, dat graaf Adolf van Cleef verklaard had den graaf van Meurs en den heer van Voorst niet gebeden te hebben in den vrede tusschen hem en den bisschop van Munster in te treden, noch hun hoofdheer te worden (LACOMBLET) | van Till, Lubbert (I8931)
|
| 253 | 4 kinderen | Brederoo, Teunis (I7297)
|
| 254 | 4 kinderen | Brederoo, Teunis (I7297)
|
| 255 | 4 Oct 1574. Grant by Johan van Leeuwen van Wely to his wife, Geertruyt van Bylaer, of a life interest in a certain piece of land at Ryswyck (in Gelderland), and provision that said land, after the death of Geertruyt van Bylaer, is to pass to Jan van Wely, the grantor's eldest son. Parchment 6 1/4 x 14 inch. | van Wely, Johannes (I970)
|
| 256 | 4 Oct 1574. Grant by Johan van Leeuwen van Wely to his wife, Geertruyt van Bylaer, of a life interest in a certain piece of land at Ryswyck (in Gelderland), and provision that said land, after the death of Geertruyt van Bylaer, is to pass to Jan van Wely, the grantor's eldest son. Parchment 6 1/4 x 14 inch. | van Wely, Jan (I9268)
|
| 257 | 4 Oct 1574. Grant by Johan van Leeuwen van Wely to his wife, Geertruyt van Bylaer, of a life interest in a certain piece of land at Ryswyck (in Gelderland), and provision that said land, after the death of Geertruyt van Bylaer, is to pass to Jan van Wely, the grantor's eldest son. Parchment 6 1/4 x 14 inch. | van Wely, Jan (I9268)
|
| 258 | 4.Anna Theodora (Diedrich) von Viermund (* 1579), Äbtissin des Klosters Clarenberg, - 1610 Caspar von Romberg zu Brünninghausen NRW reference: 1657 April 26 Haus Wisch (Harpen) Lage: Kreis Bochum Einleitung Besitzer 18.10.1552 Ingeseten vam Adell des Ampts Boickum sampt des Gerichts Castrop mit Anzeigunge oerer Wonungen: Johann van Grymberch gt. van Aldenbouchem ther Wische. 1557 Johann von Grimberg gt. Altenbockum oo (Eheberedung 22.11.1538) Klara von Tork zur Wiesche (Erbin von Haus Wisch (Harpen)). Grundbesitz zu Harpen, Castrop, Altenbochum, Havkenscheidt). Besitzwechsel Um 1717 Streit um Haus Wisch (im Kirchspiel Harpen) und eine Jahrrente von 550 Rtlr. aus den bladenhorstschen Gütern, die Anna von Virmond, Witwe des Grafen Heinrich von Waldeck, statt ihres Erbanspruchs erhalten hatte, sowie um eine weitere Jahrrente von 150 Rtlr., die sie später von der Witwe Virmond zu Bladenhorst gekauft hatte. Graf Heinrich von Waldeck 1.oo Anna von Virmond (Erbtochter Hermanns von Virmond, Amtmann zu Medebach) Kuno von Winneburg oo 2. Anna von Virmond (Wwe. von Waldeck) In ihrem Ehevertrag und nochmals in ihrem Testament übertrug Anna ihrem 2. Mann Kuno von Winneburg ihren gesamten Besitz welcher davon nach ihrem Tod auch Possession ergriff, bevor Philipp Arnold von Virmond sich gewaltsam in den Besitz von Haus Wisch brachte. Nacherben 1712 Kaspar von Bourscheidt zu Burgbroel oo N. von Brausberg (als Erben der Anna von Virmond) Besitzer des Häuser Nordenbeck (Waldeck), zur Wiesche (Harpen), Eichhof (Paderborn und Elkeringhausen (Amt Medebach (historisch)) Besitzwechsel 16.08.1768 Wittwe von Ossenbruch zu Berendorf. Verkauf der zum Hause gehörigen Wiescher-Mühle zu Harpen an den Kriegsrat Sudhaus aus Hamm. | von Virmund, Anna Theodora (I712)
|
| 259 | 4c Lucretia van West-Francië † 884. Trouwt Radbout II van Egmont 4e Heer van Egmond. Over Lucretia is vrijwel niets bekend. Genealogen beschouwen haar als een legendarisch persoon omdat zij nergens sporen van haar bestaan als zijnde één van de dochters van Karel de Kale keizer van het Frankische rijk hebben gevonden. Volgens Hovaeus was zij in ~865 15 jaar oud. Zij moet dan in ~850 geboren zijn. Als Lucretia een wettige dochter van Karel de Kale geweest zou zijn, dan was haar moeder Ermentrudis van Orléans. Karel de Kale trouwde namelijk in 842 met Ermentrudis die in 869 overleed. Trouwt met Radbout II van Egmont. Als we er vanuit gaan dat Lucretia inderdaad een dochter van keizer Karel de Kale was en dat zij huwde met Radbout II van Egmont 3e Heer van Egmond, dan gaat daar volgens Hovaeus de volgende geschiedenis aan vooraf: Wolbrant van Egmont, een zoon van Radbout I, de laatste koning van het Friese rijk, kwam in 843 in opstand tegen de aanstelling door de keizer van diens neef Dirk van Aquitanië als graaf van Frisiae-Occidentalis (het huidige Noord- en Zuid-Holland alsmede Utrecht). De keizer kwam er in 864 aan te pas om vrede te stichten. De uitkomst was dat Dirk van Aquitanië de heerschappij over Frisiae-Occidentalis mocht behouden maar hij diende wel Wolbrant een schadeloosstelling van maar liefst 6000 Frankische franken te betalen omdat deze kon aantonen dat Pepijn en Karel Martel zijn vader toezeggingen hadden gedaan. Verder mocht Wolbrant Egmond met de tien omliggende dorpen behouden en moest Dirk een kapel bouwen voor de gesneuvelde Roeland. Tijdens zijn verblijf in Frisiae-Occidentalis kreeg de keizer het bericht dat de Bertoenen (Normandiërs) zijn gebied waren binnengevallen. Wolbrant trok met de keizer ten strijde en wist de Bertoenen te verdrijven. De keizer was hem hiervoor zo dankbaar dat hij zijn 15 jaar oude dochter Lucretia uithuwelijkte aan Wolbrants zoon Radbout. Wolbrant verbleef nog enige tijd aan het hof van de keizer waar hij op 11 december 868 door jaloerse edelen werd vermoord. Hij werd begraven te St. Denis. Radbout II van Egmont 4e Heer van Egmond † 919 volgde de keizer tijdens diens expedities naar Italië. In 884 overleed Lucretia op 34-jarige leeftijd tijdens de geboorte van haar zoon Dodo. Radbout verhuisde van het laaggelegen Rinnegom naar het hogergelegen Egmond-Binnen. Hij liet in 902 de stoffelijke resten van zijn voorouders die op het Radboutkerkhof te Rinnegom begraven waren, transleren naar Egmond-Binnen. Mogelijk stond de kapel ter nagedachtenis aan zijn gesneuvelde broer Roeland ook in Egmond-Binnen zodat we mogen aannemen dat deze kapel de vroegste voorganger van de abdij van Egmond was. Hij was de laatste Friese troonpretendent. Radbout II overleed op 4 augustus 919. Waarschijnlijk was Dodo zijn enige kind. Kind hieruit o.m.: Dodo I van Egmont, volgt 7c. 7c Dodo I van Egmont 5e Heer van Egmond † 977. Trouwt Kornelia van Brunswijk. www.kareldegrote-vandercapellen.nl/iii-reeks-3.pdf | van Egmond, Radboud II (I9279)
|
| 260 | 4c Lucretia van West-Francië † 884. Trouwt Radbout II van Egmont 4e Heer van Egmond. Over Lucretia is vrijwel niets bekend. Genealogen beschouwen haar als een legendarisch persoon omdat zij nergens sporen van haar bestaan als zijnde één van de dochters van Karel de Kale keizer van het Frankische rijk hebben gevonden. Volgens Hovaeus was zij in ~865 15 jaar oud. Zij moet dan in ~850 geboren zijn. Als Lucretia een wettige dochter van Karel de Kale geweest zou zijn, dan was haar moeder Ermentrudis van Orléans. Karel de Kale trouwde namelijk in 842 met Ermentrudis die in 869 overleed. Trouwt met Radbout II van Egmont. Als we er vanuit gaan dat Lucretia inderdaad een dochter van keizer Karel de Kale was en dat zij huwde met Radbout II van Egmont 3e Heer van Egmond, dan gaat daar volgens Hovaeus de volgende geschiedenis aan vooraf: Wolbrant van Egmont, een zoon van Radbout I, de laatste koning van het Friese rijk, kwam in 843 in opstand tegen de aanstelling door de keizer van diens neef Dirk van Aquitanië als graaf van Frisiae-Occidentalis (het huidige Noord- en Zuid-Holland alsmede Utrecht). De keizer kwam er in 864 aan te pas om vrede te stichten. De uitkomst was dat Dirk van Aquitanië de heerschappij over Frisiae-Occidentalis mocht behouden maar hij diende wel Wolbrant een schadeloosstelling van maar liefst 6000 Frankische franken te betalen omdat deze kon aantonen dat Pepijn en Karel Martel zijn vader toezeggingen hadden gedaan. Verder mocht Wolbrant Egmond met de tien omliggende dorpen behouden en moest Dirk een kapel bouwen voor de gesneuvelde Roeland. Tijdens zijn verblijf in Frisiae-Occidentalis kreeg de keizer het bericht dat de Bertoenen (Normandiërs) zijn gebied waren binnengevallen. Wolbrant trok met de keizer ten strijde en wist de Bertoenen te verdrijven. De keizer was hem hiervoor zo dankbaar dat hij zijn 15 jaar oude dochter Lucretia uithuwelijkte aan Wolbrants zoon Radbout. Wolbrant verbleef nog enige tijd aan het hof van de keizer waar hij op 11 december 868 door jaloerse edelen werd vermoord. Hij werd begraven te St. Denis. Radbout II van Egmont 4e Heer van Egmond † 919 volgde de keizer tijdens diens expedities naar Italië. In 884 overleed Lucretia op 34-jarige leeftijd tijdens de geboorte van haar zoon Dodo. Radbout verhuisde van het laaggelegen Rinnegom naar het hogergelegen Egmond-Binnen. Hij liet in 902 de stoffelijke resten van zijn voorouders die op het Radboutkerkhof te Rinnegom begraven waren, transleren naar Egmond-Binnen. Mogelijk stond de kapel ter nagedachtenis aan zijn gesneuvelde broer Roeland ook in Egmond-Binnen zodat we mogen aannemen dat deze kapel de vroegste voorganger van de abdij van Egmond was. Hij was de laatste Friese troonpretendent. Radbout II overleed op 4 augustus 919. Waarschijnlijk was Dodo zijn enige kind. Kind hieruit o.m.: Dodo I van Egmont, volgt 7c. 7c Dodo I van Egmont 5e Heer van Egmond † 977. Trouwt Kornelia van Brunswijk. www.kareldegrote-vandercapellen.nl/iii-reeks-3.pdf | van West-Francië, Lucretia (I9280)
|
| 261 | 4c Lucretia van West-Francië † 884. Trouwt Radbout II van Egmont 4e Heer van Egmond. Over Lucretia is vrijwel niets bekend. Genealogen beschouwen haar als een legendarisch persoon omdat zij nergens sporen van haar bestaan als zijnde één van de dochters van Karel de Kale keizer van het Frankische rijk hebben gevonden. Volgens Hovaeus was zij in ~865 15 jaar oud. Zij moet dan in ~850 geboren zijn. Als Lucretia een wettige dochter van Karel de Kale geweest zou zijn, dan was haar moeder Ermentrudis van Orléans. Karel de Kale trouwde namelijk in 842 met Ermentrudis die in 869 overleed. Trouwt met Radbout II van Egmont. Als we er vanuit gaan dat Lucretia inderdaad een dochter van keizer Karel de Kale was en dat zij huwde met Radbout II van Egmont 3e Heer van Egmond, dan gaat daar volgens Hovaeus de volgende geschiedenis aan vooraf: Wolbrant van Egmont, een zoon van Radbout I, de laatste koning van het Friese rijk, kwam in 843 in opstand tegen de aanstelling door de keizer van diens neef Dirk van Aquitanië als graaf van Frisiae-Occidentalis (het huidige Noord- en Zuid-Holland alsmede Utrecht). De keizer kwam er in 864 aan te pas om vrede te stichten. De uitkomst was dat Dirk van Aquitanië de heerschappij over Frisiae-Occidentalis mocht behouden maar hij diende wel Wolbrant een schadeloosstelling van maar liefst 6000 Frankische franken te betalen omdat deze kon aantonen dat Pepijn en Karel Martel zijn vader toezeggingen hadden gedaan. Verder mocht Wolbrant Egmond met de tien omliggende dorpen behouden en moest Dirk een kapel bouwen voor de gesneuvelde Roeland. Tijdens zijn verblijf in Frisiae-Occidentalis kreeg de keizer het bericht dat de Bertoenen (Normandiërs) zijn gebied waren binnengevallen. Wolbrant trok met de keizer ten strijde en wist de Bertoenen te verdrijven. De keizer was hem hiervoor zo dankbaar dat hij zijn 15 jaar oude dochter Lucretia uithuwelijkte aan Wolbrants zoon Radbout. Wolbrant verbleef nog enige tijd aan het hof van de keizer waar hij op 11 december 868 door jaloerse edelen werd vermoord. Hij werd begraven te St. Denis. Radbout II van Egmont 4e Heer van Egmond † 919 volgde de keizer tijdens diens expedities naar Italië. In 884 overleed Lucretia op 34-jarige leeftijd tijdens de geboorte van haar zoon Dodo. Radbout verhuisde van het laaggelegen Rinnegom naar het hogergelegen Egmond-Binnen. Hij liet in 902 de stoffelijke resten van zijn voorouders die op het Radboutkerkhof te Rinnegom begraven waren, transleren naar Egmond-Binnen. Mogelijk stond de kapel ter nagedachtenis aan zijn gesneuvelde broer Roeland ook in Egmond-Binnen zodat we mogen aannemen dat deze kapel de vroegste voorganger van de abdij van Egmond was. Hij was de laatste Friese troonpretendent. Radbout II overleed op 4 augustus 919. Waarschijnlijk was Dodo zijn enige kind. Kind hieruit o.m.: Dodo I van Egmont, volgt 7c. 7c Dodo I van Egmont 5e Heer van Egmond † 977. Trouwt Kornelia van Brunswijk. www.kareldegrote-vandercapellen.nl/iii-reeks-3.pdf | van Egmond, Radboud II (I9279)
|
| 262 | 4c Lucretia van West-Francië † 884. Trouwt Radbout II van Egmont 4e Heer van Egmond. Over Lucretia is vrijwel niets bekend. Genealogen beschouwen haar als een legendarisch persoon omdat zij nergens sporen van haar bestaan als zijnde één van de dochters van Karel de Kale keizer van het Frankische rijk hebben gevonden. Volgens Hovaeus was zij in ~865 15 jaar oud. Zij moet dan in ~850 geboren zijn. Als Lucretia een wettige dochter van Karel de Kale geweest zou zijn, dan was haar moeder Ermentrudis van Orléans. Karel de Kale trouwde namelijk in 842 met Ermentrudis die in 869 overleed. Trouwt met Radbout II van Egmont. Als we er vanuit gaan dat Lucretia inderdaad een dochter van keizer Karel de Kale was en dat zij huwde met Radbout II van Egmont 3e Heer van Egmond, dan gaat daar volgens Hovaeus de volgende geschiedenis aan vooraf: Wolbrant van Egmont, een zoon van Radbout I, de laatste koning van het Friese rijk, kwam in 843 in opstand tegen de aanstelling door de keizer van diens neef Dirk van Aquitanië als graaf van Frisiae-Occidentalis (het huidige Noord- en Zuid-Holland alsmede Utrecht). De keizer kwam er in 864 aan te pas om vrede te stichten. De uitkomst was dat Dirk van Aquitanië de heerschappij over Frisiae-Occidentalis mocht behouden maar hij diende wel Wolbrant een schadeloosstelling van maar liefst 6000 Frankische franken te betalen omdat deze kon aantonen dat Pepijn en Karel Martel zijn vader toezeggingen hadden gedaan. Verder mocht Wolbrant Egmond met de tien omliggende dorpen behouden en moest Dirk een kapel bouwen voor de gesneuvelde Roeland. Tijdens zijn verblijf in Frisiae-Occidentalis kreeg de keizer het bericht dat de Bertoenen (Normandiërs) zijn gebied waren binnengevallen. Wolbrant trok met de keizer ten strijde en wist de Bertoenen te verdrijven. De keizer was hem hiervoor zo dankbaar dat hij zijn 15 jaar oude dochter Lucretia uithuwelijkte aan Wolbrants zoon Radbout. Wolbrant verbleef nog enige tijd aan het hof van de keizer waar hij op 11 december 868 door jaloerse edelen werd vermoord. Hij werd begraven te St. Denis. Radbout II van Egmont 4e Heer van Egmond † 919 volgde de keizer tijdens diens expedities naar Italië. In 884 overleed Lucretia op 34-jarige leeftijd tijdens de geboorte van haar zoon Dodo. Radbout verhuisde van het laaggelegen Rinnegom naar het hogergelegen Egmond-Binnen. Hij liet in 902 de stoffelijke resten van zijn voorouders die op het Radboutkerkhof te Rinnegom begraven waren, transleren naar Egmond-Binnen. Mogelijk stond de kapel ter nagedachtenis aan zijn gesneuvelde broer Roeland ook in Egmond-Binnen zodat we mogen aannemen dat deze kapel de vroegste voorganger van de abdij van Egmond was. Hij was de laatste Friese troonpretendent. Radbout II overleed op 4 augustus 919. Waarschijnlijk was Dodo zijn enige kind. Kind hieruit o.m.: Dodo I van Egmont, volgt 7c. 7c Dodo I van Egmont 5e Heer van Egmond † 977. Trouwt Kornelia van Brunswijk. www.kareldegrote-vandercapellen.nl/iii-reeks-3.pdf | van West-Francië, Lucretia (I9280)
|
| 263 | 5 children | Eits, Johannes Klaas (I7262)
|
| 264 | 5 children | Veldhoen, N.N. (I7413)
|
| 265 | 5 children | Eits, Johannes Klaas (I7262)
|
| 266 | 5 children | Veldhoen, N.N. (I7413)
|
| 267 | 5 children. Children 3 and 4 are twins | Oosenbrug, Pieter Antonius Johannes (I7178)
|
| 268 | 5 children. Children 3 and 4 are twins | Oosenbrug, Pieter Antonius Johannes (I7178)
|
| 269 | 5. Heilewich van HUESSEN, doet op 13 april 1623 belijdenis in Zwolle als Juffer Heilwich van Hoëssen, vrouw van Marcus van Monster, tr. 1° Lenert HOEIJER, ondertr. 2° Zwolle febr. 1621 Marcus van MUNSTER, lidmaat in Zwolle op 1 juni 1621, overl. vóór 29 april 1641, zn van Joost van MUNSTER, laatst wedn. van Janneken TONIS, eerder wedn. van Mechtelt JANS. Op 15 juni 1599 verkrijgt Marcus van Munster het burgerrecht van Zwolle, met Jan van Osenbrugge als borg. stanny-van-grasdorff.be/webdesign/genealogie%20van%20besten%204.html | van Munster, Marcus (I1003)
|
| 270 | 5th Heer van Hemmen. Also Lynden van Cronenburg He married his cousin, twice removed. | van Lynden, Frans (I155)
|
| 271 | 6 children | Oosenbrug, Engelina (I7134)
|
| 272 | 6 children | Schoute, Johannes Arie (I7167)
|
| 273 | 6 children | Laager Scherer, Frans (I7223)
|
| 274 | 6 children | Osnabrug, Arie (I7280)
|
| 275 | 6 children | Osnabrug, Wilhelmus Gerardus Mattheus (I7325)
|
| 276 | 6 children | van Gils, Petrus (I7396)
|
| 277 | 6 children | Oosenbrug, Engelina (I7134)
|
| 278 | 6 children | Schoute, Johannes Arie (I7167)
|
| 279 | 6 children | Laager Scherer, Frans (I7223)
|
| 280 | 6 children | Osnabrug, Arie (I7280)
|
| 281 | 6 children | Osnabrug, Wilhelmus Gerardus Mattheus (I7325)
|
| 282 | 6 children | van Gils, Petrus (I7396)
|
| 283 | 6 children. Divorced 17 Nov 1925 | Baggerman, Pieter Josephus (I5120)
|
| 284 | 7e Heer van Echtveld 1448-1520 | van Wijhe, Otto (I10274)
|
| 285 | 7e Heer van Echtveld 1448-1520 | van Wijhe, Otto (I10274)
|
| 286 | 8 children | Oudshoorn, Hendrik (I7300)
|
| 287 | 8 children | Oudshoorn, Hendrik (I7300)
|
| 288 | 8e Heer van Echtveld 1520-1568. Jasper van Wijhe (8e heer van Echteld), heeft geprobeerd de zelfstandigheid weer terug te krijgen maar zonder resultaat. Wel heeft hij door zijn huwelijk met de rijke Walburg van Haeften het bezit aanzienlijk uitgebreid en het kasteel weer opgeknapt. In die tijd (ca 1540 ) was de relatie met de Van Wijhe's in Hernen uitstekend. De oudste zoon van Jasper van Wijhe en Walburg van Haeften heette Otto en trouwde in 1575 met Christina van Wijhe van Hernen (een huwelijk tussen twee Van Wijhe-takken). ================ https://www.vriendenvandewijenburg.nl/Bewoners/Familie-Van-Wijhe?-(1271|1751)/8e-heer-Jasper-(1520|1568)/ Vrienden van de Wijenburg Over de vrienden - Vrienden van de Wijenburg Het Kasteel - Vrienden van de Wijenburg Bewoners - Vrienden van de Wijenburg Boeiende verhalen - Vrienden van de Wijenburg De Kerk - Vrienden van de Wijenburg Contact - Vrienden van de Wijenburg Familie Van Wijhe (1271|1751) 1e heer Jordaen (1271|1300) 2e heer Johan (1300|1349) 3e heer Johan (1349|1371) 4e heer Otto (1371|1399) 5e heer Otto (1399|1438) 6e heer Jorde (1438|1468) 7e heer Otto (1468|1520) » 8e heer Jasper (1520|1568) 9e heer Otto (1568|1616) 10e heer Reinier (1616|1657) 11e heer Otto (1657|1732) 12e heer Christiaan Reinoud (1732|1749) Familie Van Wassenaer (1751|1817) Familie Van Balveren (1817|1927) Fotogalerij Home > Bewoners > Familie Van Wijhe (1271|1751) > 8e heer Jasper (1520|1568) 8e heer Jasper (1520|1568) Jasper van Wijhe trouwt in mei 1535 Walburg van Haeften (haar moeder was Johanna van Broeckhuijsen) vrouwe van de Megenberg en de Pol (in Dreumel). Bij dit huwelijk werden 15 huwelijksvoorwaarden vastgelegd. Over de erfenis van Jasper en Walburg zijn niet minder dan vier uitspraken geweest namelijk in october 1576, januari 1577, october 1580 en april 1583. Vrienden van de wijenburg Jasper van Wijhe en zijn vrouw Walburg hadden 9 kinderen: Otto, Walraven, Johan, Willem, Johanna, Geertruid, Stees, Gijsbert en Walburg. Otto wordt later de 9e heer van Echteld. Hij studeerde van 1561 tot 1565 rechten in Orleans en Douai. Uit die tijd zijn van hem 2 alba amicorum (vriendenboeken) bewaard gebleven. In deze alba verzamelde hij in die tijd 35 inscripties van medestudenten. Ook is zijn dagboek uit 1574 geschreven in een Deventer Almanak bewaard gebleven. Walraven page bij Casimir van Nassau, is dood in 1568. Hij was pas 25 jaar toen hij overleed. Johan studeerde net als zijn broer Otto in Douai. We vinden hem terug in de alba amicorum van Otto in 1565. Johan van Wijhe trouwt in 1583 Sibilla (of Belia) van Pallandt van Keppel. Zij overlijdt vermoedelijk rond 1595. Johan overlijdt in 1618. In 1596 eiste "Johan van Wye tot Dreumel" voor het Appellationsgericht van het Graafschap Zutphen betaling van de achterstallige bruidsschatpenningen door de familie Van Heeckeren van Ruurlo. Deze bruidsschat was overeengekomen bij het eerste huwelijk van Sibilla van Pallandt (van 1563-1580) met Jacob van Heeckeren. Eerder was er over deze zaak al geprocedeerd in het richterambt Doesburg. Daarbij was Johan van Wijhe in het gelijk gesteld maar de Van Heeckerens gingen in beroep bij het nieuwe Appellationsgericht in Zutphen. Johan's neef Reinold van Wijhe de 10e heer van Echteld (zoon van Otto) vecht na Johans dood (in1618) nog 10 jaar via rechtszaken met de familie Van Pallandt van Keppel en/of de familie Van Heeckeren van Ruurlo over de erfenis van Sibilla! Willem is in 1577 kanunnik te Xanten. Nog tijdens zijn leven trad hij terug uit deze functie ten gunste van de "voorzoon" ( Henric van Rijswijck) van zijn echtgenote Ermgard van Daun en Obersteijn (ze noemt zich ook wel Ermgard van Oversteijn) uit haar eerdere huwelijk. Bij de gerechtelijke uitspraak van october 1576 krijgt Willem van Wijhe de Hoofacker in Echteld toegewezen. Willem werd in 1590 in Echteld vermoord door Gerrit Thonisz. Willem liet zijn vrouw en kinderen in vrij armlastige omstandigheden achter. De open brief die na deze moord werd opgesteld door de familie Van Wijhe werd ondertekend door Ermgard als Willems weduwe, Otto, Johan en Stees van Wijhe als Willems broers en Willems oom Walraven van Brederode als man van Willemina van Haeften, (half-) zuster van Walburg van Haeften (de overleden moeder van Willem). Willem van Wijhe en Ermgard hadden twee kinderen, een dochter en een zoon. Hun dochter Walburg trouwde met Constatin von Judden die later (van 1632-1650) burgemeester van Keulen was. De zoon van Willem en Ermgard was vermoedelijk Jasper (of Casper) van Wijhe getrouwd met Agata von Loevenich. Hun nageslacht is de Duitse Van Wijhe tak: Van Wijhe von Reuschenburg. Deze tak heeft rond 1800 het nog steeds bestaande kasteel Rheindorf bij Leverkusen bewoond. In de periode 1730-1767 bewoonden zij het Schloss Reuschenburg (ook bij Leverkusen). Ook hadden ze van 1749-1757 kasteel Stammheim (bij Keulen/Muelheim) in hun bezit. Over de afstamming van deze Duitse Van Wijhe's is veel te doen geweest. Vooral in de jaren 1674-1675 heeft de Duitse tak geprobeerd aan te tonen dat ze afstamden van Juggen (Joachim) van Wijhe die getrouwd was met Irmgard van Haeften zu Bracht. De stamboom was zodanig dat hun stamvader Juggen of Joachim van Wijhe rond 1500 geboren moest zijn. Constantin van Wijhe zu Tungersdorff krijgt het voor elkaar dat in 1674 in Tiel een verklaring opgesteld wordt waarin deze afstamming voor waar wordt aangenomen. Het document is ondertekend door S. Schull, secretaris van de stad Tiel, Joost Vijgh, commandant van de Ridderlijke Duitse Orde in Dieren en Evert de Cock van Opijnen (90 jaar oud). Hoogst waarschijnlijk waren de Van Wijhe's van Echteld het in die tijd al niet eens met deze "Duitse" Van Wijhe-stamboom. Als deze stamboom klopte zou Juggen of Joachim een zoon geweest moeten zijn van Otto van Wijhe de 7e heer van Echteld. De Duitse tak had (ook in 1674 nog) de Hoofakker in Echteld in bezit en die hadden ze waarschijnlijk verkregen via hun afstamming van Willem van Wijhe. Later (voor 1749) hebben ze de Hoofakker verkocht aan Reinoud Christiaan van Wijhe de 12e heer van Echteld. Na het uitsterven van de mannelijke Van Wijhe's van Echteld in 1752 heeft de Duitse tak verwoede pogingen ondernomen om hun visie op de afstamming bekrachtigd te krijgen. Waarschijnlijk hoopten ze op die manier een deel van het Van Wijhe van Echteld bezit in handen te krijgen. Uiteindelijk is de zaak voorgelegd aan het Hof van Gelre en die heeft in 1759 besloten dat er niet voldoende bewijs was voor de afstamming die de Duitse tak presenteerde. Sindsdien wordt aangenomen dat de Duitse Van Wijhe's van Willem van Wijhe afstammen. Johanna kanonnesse. Geertruid trouwt met Joachim van Hoemen en later in 1585 met Cornelis van Geesberg Wijenhorst. Geertruid overlijdt in 1591. Stees (Eustatius of Statius) trouwt in 1578 Judith van Averenck, dochter van Borchard Averenck en Berta Costers. Haar grootvader Dirk was schepen van Deventer. Haar tante Hendrina Averenck was getrouwd met Johan Bentinck tot Leeuwenberg te Wilp. Stees en Judith wonen rond 1580 in Deventer en laten in dat jaar op 17 januari hun zoon Jasper in de Mariakerk dopen (katholiek). De Mariakerk was op dat moment net drie maanden geleden in gebruik genomen door de protestanten onder leiding van Ds. Vezekius. Volgens de doopakte in het katholieke doopregister waren vermoedelijk peter en meter van Jasper van Wijhe: Borchard Averenk (vader van Judith Averenk) en de "Vrouwe van d(t)er Horst" (mogelijk was deze "vrouwe van ter Horst" Aleyd Boshof vrouwe van ter Horst bij Loenen, weduwe van Wijnand Hackfort. Otto en Johan van Wijhe, de broers van Stees, waren in ieder geval zeer bekend met de Hackforts uit Loenen gelet op de bijdragen over en weer aan elkaars alba amicorum vooral in Douai rond 1565). Boeiend is dat de Van Wijhe's in Echteld vele jaren later toen ze voor het eerst een dominee in Echteld mochten aanstellen kozen voor een nazaat van de bovengenoemde dominee Vezekius. Verder hebben Stees van Wijhe en Judith Averenck als kinderen: Johan (verliest ca. 1610 zijn bezit in Overasselt) en Walburg. Zij (Walburg) trouwde in 1601 Wilhelm Pieck en kocht in 1612 in Deventer onroerend goed. Walburg onderhield goede relaties met haar nicht Walburg van Wijhe van de Duitse tak en met haar neven Reinier en Joachim, zonen van haar oom Otto. Kennelijk was Walburg Steesdochter van Wijhe nogal bemiddeld. Zij schenkt aan diverse (vermoedelijk bevriende minder bedeelde) familieleden jaarrenten waaronder Walburg Willemsdochter haar "Duitse" nicht. Stees van Wijhe woont in 1593 nog in Deventer in de Kleine Overstraat en is dan weduwnaar. Gijsbert overlijdt ongehuwd in 1575. Walburg trouwt Gijsbert van Hardenbroek (geboren ca 1537 en eerder getrouwd met Wilhelmina van Heumen). Hij overlijdt in 1576. Walburg van Wijhe overlijdt in 1612. ---o--- Tijdens de periode van Jasper van Wijhe en Walburg van Haeften gebeurde er veel in de Nederlanden. Er werd steeds meer kritiek uitgeoefend op de Katholieke Kerk. In 1517 bindt Luther de kat de bel aan door met zijn stellingen op de deur van de kerk in Wittenberg de Katholieke Kerk aan te vallen. In de periode van 1517 tot 1568 kreeg het protestantse geloof in Nederland steeds meer aanhangers. Filips de Tweede probeerde met grof geweld deze ontwikkeling te keren. In 1523 werden in Brussel de eerste Nederlandse ketters op de brandstapel gezet. Deze periode wordt bloemrijk beschreven in het eerder vermelde boek "Anna van Gelre". In 1566 probeerde een grote groep van edelen, onder aanvoering van onder andere Willem van Nassau, Prins van Oranje, Filips te bewegen tot meer tolerantie voor de protestanten. Hij weigerde en het gevolg was een opstand en het begin van een zeer lange periode van oorlog tegen de Spanjaarden. Ook raasde in 1566 de beeldenstorm door de kerken in de Nederlanden. Beelden gingen van hun voetstuk, altaren werden aan gruzelementen geslagen en schilderijen werden vernield. Jasper probeert het huis te Echteld weer zelfstandig te krijgen (na de dood van de oude hertog Karel in 1538). De nieuwe hertog Willem staat dat niet toe. Jasper vergroot en vertimmert in 1545 kasteel de Wijenburg dat tijdens het bewind van zijn vader Otto zo had geleden. Opvallend is dat rond dezelfde tijd (1550) Hernen door Reinier van Wijhe en Margriet van Egeren ook nogal uitgebreid wordt. De Van Wijhe's van Hernen en Echteld onderhielden waarschijnlijk weer een goede relatie. Later (in 1575) trouwde Jaspers zoon Otto met Christina van Wijhe uit Hernen. lijn | van Wijhe, Jasper (I10279)
|
| 289 | 8e Heer van Echtveld 1520-1568. Jasper van Wijhe (8e heer van Echteld), heeft geprobeerd de zelfstandigheid weer terug te krijgen maar zonder resultaat. Wel heeft hij door zijn huwelijk met de rijke Walburg van Haeften het bezit aanzienlijk uitgebreid en het kasteel weer opgeknapt. In die tijd (ca 1540 ) was de relatie met de Van Wijhe's in Hernen uitstekend. De oudste zoon van Jasper van Wijhe en Walburg van Haeften heette Otto en trouwde in 1575 met Christina van Wijhe van Hernen (een huwelijk tussen twee Van Wijhe-takken). ================ https://www.vriendenvandewijenburg.nl/Bewoners/Familie-Van-Wijhe?-(1271|1751)/8e-heer-Jasper-(1520|1568)/ Vrienden van de Wijenburg Over de vrienden - Vrienden van de Wijenburg Het Kasteel - Vrienden van de Wijenburg Bewoners - Vrienden van de Wijenburg Boeiende verhalen - Vrienden van de Wijenburg De Kerk - Vrienden van de Wijenburg Contact - Vrienden van de Wijenburg Familie Van Wijhe (1271|1751) 1e heer Jordaen (1271|1300) 2e heer Johan (1300|1349) 3e heer Johan (1349|1371) 4e heer Otto (1371|1399) 5e heer Otto (1399|1438) 6e heer Jorde (1438|1468) 7e heer Otto (1468|1520) » 8e heer Jasper (1520|1568) 9e heer Otto (1568|1616) 10e heer Reinier (1616|1657) 11e heer Otto (1657|1732) 12e heer Christiaan Reinoud (1732|1749) Familie Van Wassenaer (1751|1817) Familie Van Balveren (1817|1927) Fotogalerij Home > Bewoners > Familie Van Wijhe (1271|1751) > 8e heer Jasper (1520|1568) 8e heer Jasper (1520|1568) Jasper van Wijhe trouwt in mei 1535 Walburg van Haeften (haar moeder was Johanna van Broeckhuijsen) vrouwe van de Megenberg en de Pol (in Dreumel). Bij dit huwelijk werden 15 huwelijksvoorwaarden vastgelegd. Over de erfenis van Jasper en Walburg zijn niet minder dan vier uitspraken geweest namelijk in october 1576, januari 1577, october 1580 en april 1583. Vrienden van de wijenburg Jasper van Wijhe en zijn vrouw Walburg hadden 9 kinderen: Otto, Walraven, Johan, Willem, Johanna, Geertruid, Stees, Gijsbert en Walburg. Otto wordt later de 9e heer van Echteld. Hij studeerde van 1561 tot 1565 rechten in Orleans en Douai. Uit die tijd zijn van hem 2 alba amicorum (vriendenboeken) bewaard gebleven. In deze alba verzamelde hij in die tijd 35 inscripties van medestudenten. Ook is zijn dagboek uit 1574 geschreven in een Deventer Almanak bewaard gebleven. Walraven page bij Casimir van Nassau, is dood in 1568. Hij was pas 25 jaar toen hij overleed. Johan studeerde net als zijn broer Otto in Douai. We vinden hem terug in de alba amicorum van Otto in 1565. Johan van Wijhe trouwt in 1583 Sibilla (of Belia) van Pallandt van Keppel. Zij overlijdt vermoedelijk rond 1595. Johan overlijdt in 1618. In 1596 eiste "Johan van Wye tot Dreumel" voor het Appellationsgericht van het Graafschap Zutphen betaling van de achterstallige bruidsschatpenningen door de familie Van Heeckeren van Ruurlo. Deze bruidsschat was overeengekomen bij het eerste huwelijk van Sibilla van Pallandt (van 1563-1580) met Jacob van Heeckeren. Eerder was er over deze zaak al geprocedeerd in het richterambt Doesburg. Daarbij was Johan van Wijhe in het gelijk gesteld maar de Van Heeckerens gingen in beroep bij het nieuwe Appellationsgericht in Zutphen. Johan's neef Reinold van Wijhe de 10e heer van Echteld (zoon van Otto) vecht na Johans dood (in1618) nog 10 jaar via rechtszaken met de familie Van Pallandt van Keppel en/of de familie Van Heeckeren van Ruurlo over de erfenis van Sibilla! Willem is in 1577 kanunnik te Xanten. Nog tijdens zijn leven trad hij terug uit deze functie ten gunste van de "voorzoon" ( Henric van Rijswijck) van zijn echtgenote Ermgard van Daun en Obersteijn (ze noemt zich ook wel Ermgard van Oversteijn) uit haar eerdere huwelijk. Bij de gerechtelijke uitspraak van october 1576 krijgt Willem van Wijhe de Hoofacker in Echteld toegewezen. Willem werd in 1590 in Echteld vermoord door Gerrit Thonisz. Willem liet zijn vrouw en kinderen in vrij armlastige omstandigheden achter. De open brief die na deze moord werd opgesteld door de familie Van Wijhe werd ondertekend door Ermgard als Willems weduwe, Otto, Johan en Stees van Wijhe als Willems broers en Willems oom Walraven van Brederode als man van Willemina van Haeften, (half-) zuster van Walburg van Haeften (de overleden moeder van Willem). Willem van Wijhe en Ermgard hadden twee kinderen, een dochter en een zoon. Hun dochter Walburg trouwde met Constatin von Judden die later (van 1632-1650) burgemeester van Keulen was. De zoon van Willem en Ermgard was vermoedelijk Jasper (of Casper) van Wijhe getrouwd met Agata von Loevenich. Hun nageslacht is de Duitse Van Wijhe tak: Van Wijhe von Reuschenburg. Deze tak heeft rond 1800 het nog steeds bestaande kasteel Rheindorf bij Leverkusen bewoond. In de periode 1730-1767 bewoonden zij het Schloss Reuschenburg (ook bij Leverkusen). Ook hadden ze van 1749-1757 kasteel Stammheim (bij Keulen/Muelheim) in hun bezit. Over de afstamming van deze Duitse Van Wijhe's is veel te doen geweest. Vooral in de jaren 1674-1675 heeft de Duitse tak geprobeerd aan te tonen dat ze afstamden van Juggen (Joachim) van Wijhe die getrouwd was met Irmgard van Haeften zu Bracht. De stamboom was zodanig dat hun stamvader Juggen of Joachim van Wijhe rond 1500 geboren moest zijn. Constantin van Wijhe zu Tungersdorff krijgt het voor elkaar dat in 1674 in Tiel een verklaring opgesteld wordt waarin deze afstamming voor waar wordt aangenomen. Het document is ondertekend door S. Schull, secretaris van de stad Tiel, Joost Vijgh, commandant van de Ridderlijke Duitse Orde in Dieren en Evert de Cock van Opijnen (90 jaar oud). Hoogst waarschijnlijk waren de Van Wijhe's van Echteld het in die tijd al niet eens met deze "Duitse" Van Wijhe-stamboom. Als deze stamboom klopte zou Juggen of Joachim een zoon geweest moeten zijn van Otto van Wijhe de 7e heer van Echteld. De Duitse tak had (ook in 1674 nog) de Hoofakker in Echteld in bezit en die hadden ze waarschijnlijk verkregen via hun afstamming van Willem van Wijhe. Later (voor 1749) hebben ze de Hoofakker verkocht aan Reinoud Christiaan van Wijhe de 12e heer van Echteld. Na het uitsterven van de mannelijke Van Wijhe's van Echteld in 1752 heeft de Duitse tak verwoede pogingen ondernomen om hun visie op de afstamming bekrachtigd te krijgen. Waarschijnlijk hoopten ze op die manier een deel van het Van Wijhe van Echteld bezit in handen te krijgen. Uiteindelijk is de zaak voorgelegd aan het Hof van Gelre en die heeft in 1759 besloten dat er niet voldoende bewijs was voor de afstamming die de Duitse tak presenteerde. Sindsdien wordt aangenomen dat de Duitse Van Wijhe's van Willem van Wijhe afstammen. Johanna kanonnesse. Geertruid trouwt met Joachim van Hoemen en later in 1585 met Cornelis van Geesberg Wijenhorst. Geertruid overlijdt in 1591. Stees (Eustatius of Statius) trouwt in 1578 Judith van Averenck, dochter van Borchard Averenck en Berta Costers. Haar grootvader Dirk was schepen van Deventer. Haar tante Hendrina Averenck was getrouwd met Johan Bentinck tot Leeuwenberg te Wilp. Stees en Judith wonen rond 1580 in Deventer en laten in dat jaar op 17 januari hun zoon Jasper in de Mariakerk dopen (katholiek). De Mariakerk was op dat moment net drie maanden geleden in gebruik genomen door de protestanten onder leiding van Ds. Vezekius. Volgens de doopakte in het katholieke doopregister waren vermoedelijk peter en meter van Jasper van Wijhe: Borchard Averenk (vader van Judith Averenk) en de "Vrouwe van d(t)er Horst" (mogelijk was deze "vrouwe van ter Horst" Aleyd Boshof vrouwe van ter Horst bij Loenen, weduwe van Wijnand Hackfort. Otto en Johan van Wijhe, de broers van Stees, waren in ieder geval zeer bekend met de Hackforts uit Loenen gelet op de bijdragen over en weer aan elkaars alba amicorum vooral in Douai rond 1565). Boeiend is dat de Van Wijhe's in Echteld vele jaren later toen ze voor het eerst een dominee in Echteld mochten aanstellen kozen voor een nazaat van de bovengenoemde dominee Vezekius. Verder hebben Stees van Wijhe en Judith Averenck als kinderen: Johan (verliest ca. 1610 zijn bezit in Overasselt) en Walburg. Zij (Walburg) trouwde in 1601 Wilhelm Pieck en kocht in 1612 in Deventer onroerend goed. Walburg onderhield goede relaties met haar nicht Walburg van Wijhe van de Duitse tak en met haar neven Reinier en Joachim, zonen van haar oom Otto. Kennelijk was Walburg Steesdochter van Wijhe nogal bemiddeld. Zij schenkt aan diverse (vermoedelijk bevriende minder bedeelde) familieleden jaarrenten waaronder Walburg Willemsdochter haar "Duitse" nicht. Stees van Wijhe woont in 1593 nog in Deventer in de Kleine Overstraat en is dan weduwnaar. Gijsbert overlijdt ongehuwd in 1575. Walburg trouwt Gijsbert van Hardenbroek (geboren ca 1537 en eerder getrouwd met Wilhelmina van Heumen). Hij overlijdt in 1576. Walburg van Wijhe overlijdt in 1612. ---o--- Tijdens de periode van Jasper van Wijhe en Walburg van Haeften gebeurde er veel in de Nederlanden. Er werd steeds meer kritiek uitgeoefend op de Katholieke Kerk. In 1517 bindt Luther de kat de bel aan door met zijn stellingen op de deur van de kerk in Wittenberg de Katholieke Kerk aan te vallen. In de periode van 1517 tot 1568 kreeg het protestantse geloof in Nederland steeds meer aanhangers. Filips de Tweede probeerde met grof geweld deze ontwikkeling te keren. In 1523 werden in Brussel de eerste Nederlandse ketters op de brandstapel gezet. Deze periode wordt bloemrijk beschreven in het eerder vermelde boek "Anna van Gelre". In 1566 probeerde een grote groep van edelen, onder aanvoering van onder andere Willem van Nassau, Prins van Oranje, Filips te bewegen tot meer tolerantie voor de protestanten. Hij weigerde en het gevolg was een opstand en het begin van een zeer lange periode van oorlog tegen de Spanjaarden. Ook raasde in 1566 de beeldenstorm door de kerken in de Nederlanden. Beelden gingen van hun voetstuk, altaren werden aan gruzelementen geslagen en schilderijen werden vernield. Jasper probeert het huis te Echteld weer zelfstandig te krijgen (na de dood van de oude hertog Karel in 1538). De nieuwe hertog Willem staat dat niet toe. Jasper vergroot en vertimmert in 1545 kasteel de Wijenburg dat tijdens het bewind van zijn vader Otto zo had geleden. Opvallend is dat rond dezelfde tijd (1550) Hernen door Reinier van Wijhe en Margriet van Egeren ook nogal uitgebreid wordt. De Van Wijhe's van Hernen en Echteld onderhielden waarschijnlijk weer een goede relatie. Later (in 1575) trouwde Jaspers zoon Otto met Christina van Wijhe uit Hernen. lijn | van Wijhe, Jasper (I10279)
|
| 290 | 9 children | Oosenbrug, Matthijs Gerardus Wilhelmus (I7171)
|
| 291 | 9 children | Oosenbrug, Matthijs Gerardus Wilhelmus (I7171)
|
| 292 | 9e Heer van Echtveld enz. 1568-1618 www.vriendenvandewijenburg.nl/Bewoners/ De oudste zoon van Jasper van Wijhe en Walburg van Haeften heette Otto en trouwde in 1575 met Christina van Wijhe van Hernen (een huwelijk tussen twee Van Wijhe-takken). Deze Otto werd de 9e heer van Echteld en probeerde net als zijn vader de afhankelijkheid van de hertog van Gelre ongedaan te maken. Dat is hem voor een deel gelukt. Ook zag hij kans het bezit verder te vergroten. Hij studeerde van 1561 tot 1565 rechten in Orleans en Douai. Uit die tijd zijn van hem 2 alba amicorum (vriendenboeken) bewaard gebleven. Vrienden van de Wijenburg. In deze alba verzamelde hij 35 inscripties van medestudenten. Ook is zijn dagboek uit 1574, geschreven in een Deventer Almanak, bewaard gebleven. ================== https://www.vriendenvandewijenburg.nl/Bewoners/Familie-Van-Wijhe-(1271|1751)/9e-heer-Otto-(1568|1616)/ Otto trouwt in 1575 Christina van Wijhe van Hernen, vrouwe van de Blankenburg te Beuningen (het vroegere kasteel van de Vijgh-familie, het torentje staat nog aan de Wilhelminastraat). Het huwelijk werd voltrokken in Gennep. Otto en Christina logeerden bij Rutger van Randwijk die burgemeester in Gennep was. Rutger van Randwijk was de voogd van Christina geweest. Christina's moeder (Margriet van Egeren) overleed toen ze nog maar 10 jaar was. Gelijk met Otto en Christina trouwden haar zus Catharina en Hendrik van Massereel, heer van Balgooij en Opijnen. Christina (geboren in 1554) was een dochter van Reinier van Wijhe van Hernen en Margriet van Egeren. Christina's grootmoeder was Rutgera Vijgh die kasteel de Blankenburg in de Van Wijhe van Hernen familie bracht. Otto overlijdt in 1616, Christina leeft nog in 1622. Otto en Christina hadden 13 kinderen: Jasper, Reinier, Reinier, Christiaan, Walraven, Johan, Gijsbert, Herman, Jorden, Jasper, Stees, Joachim en Margriet. Jasper geboren in 1576, overleden in 1578 aan de pest. Reinier geboren in 1577, jong gestorven. Reinier geboren in 1579, overlijdt ongehuwd in 1657. Hij werd later de 10e heer van Echteld. Bij zijn doop waren peters en meters: Joachim van Wijhe van Hernen, Herman Pieck van IJzendoorn namens Herman van de Poll heer van Leeuwen (ambtman tussen Maas en Waal), Anna van Spangen weduwe van Johan van Haeften heer van Haeften, Hellouw en Herwijnen en Judith van Averenck. Joachim van Wijhe van Hernen was de vader van Reiniers moeder (zijn opa dus) en Judith van Averenck was de vrouw van Reiniers oom Stees van Wijhe die in Deventer woonde. Walraven geboren in1580. Hij was luitenant. Jong overleden in 1602. Gijsbert geboren in 1581. Voor 1622 ongehuwd gestorven. Christiaan geboren in 1582, heer van de Schaar, kanunnik te Utrecht. Bij de doop van Christiaan waren de peters en meters: Aryen Janss, Johan Hendriksz, Truy Moeder en Neel op de Bawynge (onduidelijk is wie dit waren). Christiaan trouwde in 1614 met Ermgard van Wullen. Zij overleed in 1631 in Utrecht. Daarna trouwde Christiaan in 1635 met Maria van Brederode. Haar ouders waren Jan van Brederode en Catharina van Riemsdijck uit Tiel. Uit dit tweede huwelijk werd in 1638 Otto geboren die later de 11e heer van Echteld werd. Otto had een broer Johan die kapitein was in Hollandse dienst en vermoedelijk rond 1670 in Albany New York is overleden. Herman geboren in 1583. Heer van de Blankenburg en de Pol (sinds 1622 geërfd van zijn broer Joachim) en kapitein van een compagnie te paard en te voet. Ambtman en richter van Maas-Waal. Bij zijn doop waren de peters en meter: Jasper van Wijhe, Reynier van Wijhe en Walburg van Wijhe. (onduidelijk is wie dit waren, mogelijk waren het zonen van Otto's oom Herman en was Walburg Otto's zus). Herman van Wijhe overlijdt in 1643. Vrienden van de wijenburg Johan geboren in 1585. Kapitein in Brandenburgse dienst. Hij is dood in 1622. Jorden voor 1622 ongehuwd gestorven. Jasper voor 1622 ongehuwd gestorven. Stees voor 1622 ongehuwd gestorven. Joachim heer van de Pol (sinds 1612) en kapitein in Brandenburgse dienst. Waarschijnlijk overleed Joachim in 1622 ongehuwd, de Pol nalatend aan zijn broer Herman. Vrienden van de wijenburg Margriet trouwt in 1627 Zeger van Arnhem tot Kernhem (belangrijke man) lid van de ridderschap van de Veluwe. ---o--- Een belangrijke gebeurtenis tijdens het bewind van Otto, de 9e heer van Echteld, was het begin van de Tachtigjarige Oorlog in 1568. In dit jaar kreeg Otto de Wijenburg onder zijn hoede. Pas in 1648 kwam met de Vrede van Munster een einde aan de schermutselingen. Na 1580 werd de strijd vooral gevoerd in het oosten en het zuiden van de Nederlanden. In het noordelijke deel van de Nederlanden ontstond rond 1580 de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Republiek kende zeven provincies namelijk: Holland, Zeeland, Friesland, Gelderland, Groningen, Utrecht en Overijssel. Na de moord op Willem van Oranje in 1584 in Delft werd Maurits tot 1625 de eerste Stadhouder van de Republiek. In het westen van Nederland ontwikkelde de Republiek zich voorspoedig. De Gouden Eeuw brak aan. De oprichting van de Oost-Indische Compagnie in 1602 speelde daarin een grote rol. De Nederlanders verdienden veel geld met verhandelen van goederen die met de eigen handelsvloot werden opgehaald in Oost-Indië. Veel kerken in de Nederlanden waren in 1566 met een beeldenstorm gezuiverd van alle roomse versierselen. Geruime tijd was het gevaarlijk om rooms-katholiek te zijn. Van de Van Wijhe's van Hernen is bekend (met name van Maria die in 1609 met Van Reede trouwde) dat zij katholiek bleven en in hun kasteel een schuilplaats boden aan katholieken. Overigens liep de scheidslijn protestants-katholiek vaak dwars door families heen en veroorzaakte dus veel spanningen. Wel raakte Nederland in de omringende landen steeds meer bekend als het land waar mensen zelf mochten nadenken over hoe de bijbel gelezen moest worden. Er was ruimte voor meerdere interpretaties! Dit was in die tijd een wereldrevolutie en zorgde ervoor dat mensen die snakten naar godsdienstvrijheid, hun heil in Nederland kwamen zoeken. Otto verbleef in 1563 te Douai (nu Noord-Frankrijk, destijds nog een katholiek bolwerk onder Spaans gezag) en had een goede relatie met Janus Dousa een van de oprichters van de Leidse Universiteit. Otto leverde in 1563 een fraaie bijdrage aan het album amicorum voor Janus Dousa. Vrienden van de wijenburg Ook had Otto van Wijhe zelf twee alba amicorum. Deze alba zijn bewaard gebleven. Net als zijn vader heeft Otto geprobeerd de afhankelijkheid van Echteld van de hertog van Gelre ongedaan te maken. Dat is hem voor een deel gelukt. In 1570 werd Echteld een "onsterfelick erff-en stamleen" waarvan de erfopvolging nauwkeurig werd geregeld. Later zag Otto kans om het bezit te vergroten met een aantal allodiale (onafhankelijke) goederen. Van Otto is een dagboek uit 1574 bewaard gebleven. Dit dagboek heeft hij bijgehouden in een Deventer Almanak. Voor meer informatie over dit dagboek zie "boeiende verhalen". Vrienden van de wijenburg Otto richt samen met zijn broers en zusters in 1577 een magescheid (boedelscheiding bij overlijden van één der ouders) op waarbij zijn broer Willem (stamvader van de Duitse tak) de hofstad de Hoofakker in Echteld en de Megenberg bij Dreumel krijgt nog enkele rechten. Kennelijk wilde Willem zijn aandeel. Otto was in 1591 hulder bij de belening van Maria van Wijhe (van Hernen) met het kasteel Hernen. Haar zuster Joachima kreeg de landerijen (ca. 150 ha.). Er waren bij de familie Van Wijhe in Hernen geen mannelijke erfgenamen. Vervolgens gingen nog tijdens het bewind van Otto de bezittingen van de familie Van Wijhe in Hernen door huwelijken van Maria en Joachima in resp. 1609 en 1616 over in handen van de familie Van Reede (het kasteel) en de familie Van Rechteren in Almelo en Dalfsen (de landerijen). ======================= https://www.vriendenvandewijenburg.nl/Boeiende-verhalen/Falsificaties-of--Spielerei/ Falsificaties of Spielerei Raadsels rond het 2e album amicorum (1563-1574) van Otto van Wijhe. In 1540 werd in Echteld Otto van Wijhe geboren. Hij was de oudste zoon van Jasper van Wijhe de 8e heer van Echteld en zijn vrouw Walburg van Haeften. Otto volgde in 1568 zijn vader op als de 9e heer van Echteld. Otto van Wijhe de 9e heer van Echteld in het jaar 1574 Voor Otto de 9e heer van Echteld werd, studeerde hij van 1561 tot 1565 rechten in Orleans en Douai. Otto van Wijhe heeft blijk gegeven van een grote geletterdheid. Van hem zijn 2 alba amicorum (vriendenboeken) bewaard gebleven uit zijn studententijd. Tijdens zijn studie in Douai leverde hij in 1563 een fraaie bijdrage aan het vriendenboek van Janus Dousa. Deze laatste werd later een van de oprichters van de Leidse Universiteit. Ook leidde Janus Dousa in 1574 de verdediging van Leiden tegen de Spanjaarden. De traditie om in de studententijd een album amicorum te hebben ontstond in de periode 1562 -1565. De jonge Nederlandse edellieden die in deze jaren de universiteiten van Douai, Parijs en Orleans bezochten, waren de grondleggers van het gebruik van een vriendenboek. Zo'n vijftien alba amicorum uit deze tijd zijn bewaard gebleven. Het oudste bewaard gebleven exemplaar is van de hand van Otto van Wijhe. In oktober 1561 had hij zich laten inschrijven aan de universiteit van Orléans. Enkele maanden later begon hij met zijn album. Op 27 januari 1562 schreef hij hierin zijn devies: NIL SINE DEO (niets zonder God). In de jaren daarna studeerde Otto rechten. Deze periode werd ook gebruikt voor toeristische uitstapjes naar andere universiteitssteden. Een uitstekende gelegenheid om inscripties te verzamelen van medestudenten. In zijn studententijd die werd afgesloten met een bezoek aan Parijs en Douai, verzamelde Otto in totaal 35 inscripties. Na thuiskomst van Otto op de Wijenburg bleef dit vriendenboekje in gebruik. Tot aan zijn dood in 1619 kwamen er nog zo'n 38 bijdragen bij. Vooral familieleden schreven hun ontroering in Otto's vriendenboekje. Na zijn dood bleef het album in de familiekring in gebruik. Genealogische bijzonderheden werden in het vriendenboekje vastgelegd. Dit laat zien dat het een familiebezit is gebleven totdat het werd opgenomen in het archief Van Wassenaer van Rosande. Later belandde dit vriendenboek van Otto van Wijhe in het Nationaal Archief. Tot zover deze korte verhandeling over het (eerste) album amicorum van Otto van Wijhe. Hiermee is het is het verhaal over Otto's vriendenboek nog niet ten einde. Opwinding was er tijdens een beurs in de Rai te Amsterdam in 1999. Particuliere verzamelaars ontdekten hier een heel oud album amicorum. Ze konden hun ogen niet geloven en realiseerden zich dat snel handelen was geboden. Ze besloten ter plekke tot onmiddellijke aankoop. Hun verwondering en verbazing bleken geheel terecht. Het vriendenboekje werd enkele weken later bestudeerd door specialisten van de Koninklijke Bibliotheek. Zij stelden vast dat het wapen op de binnenzijde van het voorblad onmiskenbaar toebehoorde aan de familie Van Wijhe van Echteld. De verrassing was compleet. Opvallend was wel dat het onderschrift van het wapen was afgescheurd. Het "afgescheurde" wapen van Otto van Wijhe op de binnenzijde van zijn 2e album amicorum De oorspronkelijke eigenaar van dit zojuist ontdekte album bleek Otto van Wijhe, de 9e heer van Echteld. Dit boekje was dus zijn 2e album amicorum. Vrijwel alle inscripties zijn in 1563 geplaatst. Hoe is dit uit te leggen? Otto had zijn 1e album waarschijnlijk in Orléans laten liggen. Dat was een gemis voor hem en hij besloot in arren moede maar een 2e boekje in gebruik te nemen. Het eerste album amicorum heeft hij waarschijnlijk later in Orléans weer opgehaald en na zijn studie meegenomen naar de Wijenburg. In de periode maart tot eind september 1563 verzamelde Otto in dit 2e album 15 inscripties. Een bijdrage van Adrianus van Mathenesse uit 1563 in het 2e album amicorum van Otto van Wijhe Door een 2e album in gebruik te nemen kon Otto ook zijn tijd in Douai met enthousiaste bijdragen van medestudenten documenteren. Eind goed, al goed. Toch niet, dit verhaal is nog niet ten einde. Zoals eerder vastgesteld, ging Otto in 1565 weer naar huis. In dit tweede album volgt dan nog een bijdrage voor Otto in 1567. De plaats van handeling wordt niet genoemd. Maar na deze inscriptie is er iets heel merkwaardigs aan de hand. Er volgen nu 12 bijdragen, niet bestemd voor Otto, maar voor ene Johan van Wijhe. Een bijdrage uit 1574 van Johannes a Hulsberch voor Johan van Wijhe in het 2e album amicorum van Otto van Wijhe Deze Johan van Wijhe is op de een of andere manier in het bezit gekomen van Otto's 2e album amicorum. Johan van Wijhe heeft het 2e vriendenboekje van Otto niet alleen gebruikt voor bijdragen van medestudenten. Hij heeft ook "falsificaties" aangebracht. Wilde hij de naam van Otto zoveel mogelijk uit het boekje bannen? Johan van Wijhe probeerde in de meeste inscripties voor Otto, de naam Otto te veranderen in Johan. In het 2e vriendenboekje is heel duidelijk te zien dat er geknoeid is. Het veranderen van de naam Othoni in Johanni viel niet mee! De "fraudeur" kwam niet verder dan een vlekkerige correctie van Othoni in Johani (met één n) terwijl in de bijdragen voor Johan zelf steeds duidelijk Johanni staat (met twee nn). Ook anderen moeten in die tijd gezien hebben dat er met het boekje geknoeid is of is het geknoei van latere datum? Op het eerste blad, waarop fier het Van Wijhe-wapen prijkt, is de onderkant zoals eerder vermeld afgescheurd. Kon Johan van Wijhe het niet verdragen dat hier de naam van Otto stond? Is hier sprake van afgunst en ruzie binnen de Van Wijhe-familie of was het gewoon een Spielerei van twee jongelui? Kortom we blijven met veel vragen achter. In ieder geval is het boekje buiten de familiearchieven terecht gekomen. Zodoende kon het op een zaterdagmorgen weer opduiken in de Rai te Amsterdam. Een boeiend verhaal. Ook de medewerkers van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag vragen zich daarnaast af: wie was deze Johan van Wijhe? In de omgeving van Otto zijn broer Johan en een neef Johan te traceren. Ook zij leverden bijdragen aan verschillende vriendenboeken van medestudenten. Een voorbeeld van de falsificaties van Johan van Wijhe: hij veranderde Otto in Johan De persoon die Otto's 2e vriendenboekje gebruikte moet echter een andere Johan zijn. Onderzoek heeft laten zien dat deze Johan een wapen voerde met een halve klimmende leeuw. Dit houdt in dat het hier mogelijk een Van Wijhe uit Hernen betreft. Otto had zijn contacten met de Van Wijhe's uit Hernen en trouwde later Christina uit dat huis. Er blijven echter twee problemen over. In het door Johan aangebrachte wapen ontbreken de kroontjes van goud bij de leeuw en het helmteken. Dit wijkt af van de Van Wijhe-wapens in Echteld en Hernen. Verder is tot dusver geen enkele Johan van Wijhe in Hernen terug te vinden rond 1565. Het 2e vriendenboekje van Otto plaatst onderzoekers voor een raadsel. Het afgelopen jaar is er veel gezocht. Gaat het om een bastaard uit Hernen of een bastaard uit Echteld? Ook een Van Wijhe uit de omgeving van Arnhem is mogelijk, zij voerden ook de halve leeuw in hun wapen. Hoe kunnen de raadsels rond het 2e album amicorum van Otto van Wijhe worden opgelost? Van de verzamelaars die het 2e album amicorum van Otto van Wijhe aankochten, mochten wij voor onze website foto's maken van de bijdragen in dit vriendenboekje. Enkele van deze foto's zijn in dit artikel te zien. Samen met medewerkers van de Koninklijke Bibliotheek zijn we o.m. met behulp van de foto´s bezig met verder onderzoek. Zie ook: "Rijnlandse alba amicorum" | van Wijhe, Otto (I10277)
|
| 293 | 9e Heer van Echtveld enz. 1568-1618 www.vriendenvandewijenburg.nl/Bewoners/ De oudste zoon van Jasper van Wijhe en Walburg van Haeften heette Otto en trouwde in 1575 met Christina van Wijhe van Hernen (een huwelijk tussen twee Van Wijhe-takken). Deze Otto werd de 9e heer van Echteld en probeerde net als zijn vader de afhankelijkheid van de hertog van Gelre ongedaan te maken. Dat is hem voor een deel gelukt. Ook zag hij kans het bezit verder te vergroten. Hij studeerde van 1561 tot 1565 rechten in Orleans en Douai. Uit die tijd zijn van hem 2 alba amicorum (vriendenboeken) bewaard gebleven. Vrienden van de Wijenburg. In deze alba verzamelde hij 35 inscripties van medestudenten. Ook is zijn dagboek uit 1574, geschreven in een Deventer Almanak, bewaard gebleven. ================== https://www.vriendenvandewijenburg.nl/Bewoners/Familie-Van-Wijhe-(1271|1751)/9e-heer-Otto-(1568|1616)/ Otto trouwt in 1575 Christina van Wijhe van Hernen, vrouwe van de Blankenburg te Beuningen (het vroegere kasteel van de Vijgh-familie, het torentje staat nog aan de Wilhelminastraat). Het huwelijk werd voltrokken in Gennep. Otto en Christina logeerden bij Rutger van Randwijk die burgemeester in Gennep was. Rutger van Randwijk was de voogd van Christina geweest. Christina's moeder (Margriet van Egeren) overleed toen ze nog maar 10 jaar was. Gelijk met Otto en Christina trouwden haar zus Catharina en Hendrik van Massereel, heer van Balgooij en Opijnen. Christina (geboren in 1554) was een dochter van Reinier van Wijhe van Hernen en Margriet van Egeren. Christina's grootmoeder was Rutgera Vijgh die kasteel de Blankenburg in de Van Wijhe van Hernen familie bracht. Otto overlijdt in 1616, Christina leeft nog in 1622. Otto en Christina hadden 13 kinderen: Jasper, Reinier, Reinier, Christiaan, Walraven, Johan, Gijsbert, Herman, Jorden, Jasper, Stees, Joachim en Margriet. Jasper geboren in 1576, overleden in 1578 aan de pest. Reinier geboren in 1577, jong gestorven. Reinier geboren in 1579, overlijdt ongehuwd in 1657. Hij werd later de 10e heer van Echteld. Bij zijn doop waren peters en meters: Joachim van Wijhe van Hernen, Herman Pieck van IJzendoorn namens Herman van de Poll heer van Leeuwen (ambtman tussen Maas en Waal), Anna van Spangen weduwe van Johan van Haeften heer van Haeften, Hellouw en Herwijnen en Judith van Averenck. Joachim van Wijhe van Hernen was de vader van Reiniers moeder (zijn opa dus) en Judith van Averenck was de vrouw van Reiniers oom Stees van Wijhe die in Deventer woonde. Walraven geboren in1580. Hij was luitenant. Jong overleden in 1602. Gijsbert geboren in 1581. Voor 1622 ongehuwd gestorven. Christiaan geboren in 1582, heer van de Schaar, kanunnik te Utrecht. Bij de doop van Christiaan waren de peters en meters: Aryen Janss, Johan Hendriksz, Truy Moeder en Neel op de Bawynge (onduidelijk is wie dit waren). Christiaan trouwde in 1614 met Ermgard van Wullen. Zij overleed in 1631 in Utrecht. Daarna trouwde Christiaan in 1635 met Maria van Brederode. Haar ouders waren Jan van Brederode en Catharina van Riemsdijck uit Tiel. Uit dit tweede huwelijk werd in 1638 Otto geboren die later de 11e heer van Echteld werd. Otto had een broer Johan die kapitein was in Hollandse dienst en vermoedelijk rond 1670 in Albany New York is overleden. Herman geboren in 1583. Heer van de Blankenburg en de Pol (sinds 1622 geërfd van zijn broer Joachim) en kapitein van een compagnie te paard en te voet. Ambtman en richter van Maas-Waal. Bij zijn doop waren de peters en meter: Jasper van Wijhe, Reynier van Wijhe en Walburg van Wijhe. (onduidelijk is wie dit waren, mogelijk waren het zonen van Otto's oom Herman en was Walburg Otto's zus). Herman van Wijhe overlijdt in 1643. Vrienden van de wijenburg Johan geboren in 1585. Kapitein in Brandenburgse dienst. Hij is dood in 1622. Jorden voor 1622 ongehuwd gestorven. Jasper voor 1622 ongehuwd gestorven. Stees voor 1622 ongehuwd gestorven. Joachim heer van de Pol (sinds 1612) en kapitein in Brandenburgse dienst. Waarschijnlijk overleed Joachim in 1622 ongehuwd, de Pol nalatend aan zijn broer Herman. Vrienden van de wijenburg Margriet trouwt in 1627 Zeger van Arnhem tot Kernhem (belangrijke man) lid van de ridderschap van de Veluwe. ---o--- Een belangrijke gebeurtenis tijdens het bewind van Otto, de 9e heer van Echteld, was het begin van de Tachtigjarige Oorlog in 1568. In dit jaar kreeg Otto de Wijenburg onder zijn hoede. Pas in 1648 kwam met de Vrede van Munster een einde aan de schermutselingen. Na 1580 werd de strijd vooral gevoerd in het oosten en het zuiden van de Nederlanden. In het noordelijke deel van de Nederlanden ontstond rond 1580 de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Republiek kende zeven provincies namelijk: Holland, Zeeland, Friesland, Gelderland, Groningen, Utrecht en Overijssel. Na de moord op Willem van Oranje in 1584 in Delft werd Maurits tot 1625 de eerste Stadhouder van de Republiek. In het westen van Nederland ontwikkelde de Republiek zich voorspoedig. De Gouden Eeuw brak aan. De oprichting van de Oost-Indische Compagnie in 1602 speelde daarin een grote rol. De Nederlanders verdienden veel geld met verhandelen van goederen die met de eigen handelsvloot werden opgehaald in Oost-Indië. Veel kerken in de Nederlanden waren in 1566 met een beeldenstorm gezuiverd van alle roomse versierselen. Geruime tijd was het gevaarlijk om rooms-katholiek te zijn. Van de Van Wijhe's van Hernen is bekend (met name van Maria die in 1609 met Van Reede trouwde) dat zij katholiek bleven en in hun kasteel een schuilplaats boden aan katholieken. Overigens liep de scheidslijn protestants-katholiek vaak dwars door families heen en veroorzaakte dus veel spanningen. Wel raakte Nederland in de omringende landen steeds meer bekend als het land waar mensen zelf mochten nadenken over hoe de bijbel gelezen moest worden. Er was ruimte voor meerdere interpretaties! Dit was in die tijd een wereldrevolutie en zorgde ervoor dat mensen die snakten naar godsdienstvrijheid, hun heil in Nederland kwamen zoeken. Otto verbleef in 1563 te Douai (nu Noord-Frankrijk, destijds nog een katholiek bolwerk onder Spaans gezag) en had een goede relatie met Janus Dousa een van de oprichters van de Leidse Universiteit. Otto leverde in 1563 een fraaie bijdrage aan het album amicorum voor Janus Dousa. Vrienden van de wijenburg Ook had Otto van Wijhe zelf twee alba amicorum. Deze alba zijn bewaard gebleven. Net als zijn vader heeft Otto geprobeerd de afhankelijkheid van Echteld van de hertog van Gelre ongedaan te maken. Dat is hem voor een deel gelukt. In 1570 werd Echteld een "onsterfelick erff-en stamleen" waarvan de erfopvolging nauwkeurig werd geregeld. Later zag Otto kans om het bezit te vergroten met een aantal allodiale (onafhankelijke) goederen. Van Otto is een dagboek uit 1574 bewaard gebleven. Dit dagboek heeft hij bijgehouden in een Deventer Almanak. Voor meer informatie over dit dagboek zie "boeiende verhalen". Vrienden van de wijenburg Otto richt samen met zijn broers en zusters in 1577 een magescheid (boedelscheiding bij overlijden van één der ouders) op waarbij zijn broer Willem (stamvader van de Duitse tak) de hofstad de Hoofakker in Echteld en de Megenberg bij Dreumel krijgt nog enkele rechten. Kennelijk wilde Willem zijn aandeel. Otto was in 1591 hulder bij de belening van Maria van Wijhe (van Hernen) met het kasteel Hernen. Haar zuster Joachima kreeg de landerijen (ca. 150 ha.). Er waren bij de familie Van Wijhe in Hernen geen mannelijke erfgenamen. Vervolgens gingen nog tijdens het bewind van Otto de bezittingen van de familie Van Wijhe in Hernen door huwelijken van Maria en Joachima in resp. 1609 en 1616 over in handen van de familie Van Reede (het kasteel) en de familie Van Rechteren in Almelo en Dalfsen (de landerijen). ======================= https://www.vriendenvandewijenburg.nl/Boeiende-verhalen/Falsificaties-of--Spielerei/ Falsificaties of Spielerei Raadsels rond het 2e album amicorum (1563-1574) van Otto van Wijhe. In 1540 werd in Echteld Otto van Wijhe geboren. Hij was de oudste zoon van Jasper van Wijhe de 8e heer van Echteld en zijn vrouw Walburg van Haeften. Otto volgde in 1568 zijn vader op als de 9e heer van Echteld. Otto van Wijhe de 9e heer van Echteld in het jaar 1574 Voor Otto de 9e heer van Echteld werd, studeerde hij van 1561 tot 1565 rechten in Orleans en Douai. Otto van Wijhe heeft blijk gegeven van een grote geletterdheid. Van hem zijn 2 alba amicorum (vriendenboeken) bewaard gebleven uit zijn studententijd. Tijdens zijn studie in Douai leverde hij in 1563 een fraaie bijdrage aan het vriendenboek van Janus Dousa. Deze laatste werd later een van de oprichters van de Leidse Universiteit. Ook leidde Janus Dousa in 1574 de verdediging van Leiden tegen de Spanjaarden. De traditie om in de studententijd een album amicorum te hebben ontstond in de periode 1562 -1565. De jonge Nederlandse edellieden die in deze jaren de universiteiten van Douai, Parijs en Orleans bezochten, waren de grondleggers van het gebruik van een vriendenboek. Zo'n vijftien alba amicorum uit deze tijd zijn bewaard gebleven. Het oudste bewaard gebleven exemplaar is van de hand van Otto van Wijhe. In oktober 1561 had hij zich laten inschrijven aan de universiteit van Orléans. Enkele maanden later begon hij met zijn album. Op 27 januari 1562 schreef hij hierin zijn devies: NIL SINE DEO (niets zonder God). In de jaren daarna studeerde Otto rechten. Deze periode werd ook gebruikt voor toeristische uitstapjes naar andere universiteitssteden. Een uitstekende gelegenheid om inscripties te verzamelen van medestudenten. In zijn studententijd die werd afgesloten met een bezoek aan Parijs en Douai, verzamelde Otto in totaal 35 inscripties. Na thuiskomst van Otto op de Wijenburg bleef dit vriendenboekje in gebruik. Tot aan zijn dood in 1619 kwamen er nog zo'n 38 bijdragen bij. Vooral familieleden schreven hun ontroering in Otto's vriendenboekje. Na zijn dood bleef het album in de familiekring in gebruik. Genealogische bijzonderheden werden in het vriendenboekje vastgelegd. Dit laat zien dat het een familiebezit is gebleven totdat het werd opgenomen in het archief Van Wassenaer van Rosande. Later belandde dit vriendenboek van Otto van Wijhe in het Nationaal Archief. Tot zover deze korte verhandeling over het (eerste) album amicorum van Otto van Wijhe. Hiermee is het is het verhaal over Otto's vriendenboek nog niet ten einde. Opwinding was er tijdens een beurs in de Rai te Amsterdam in 1999. Particuliere verzamelaars ontdekten hier een heel oud album amicorum. Ze konden hun ogen niet geloven en realiseerden zich dat snel handelen was geboden. Ze besloten ter plekke tot onmiddellijke aankoop. Hun verwondering en verbazing bleken geheel terecht. Het vriendenboekje werd enkele weken later bestudeerd door specialisten van de Koninklijke Bibliotheek. Zij stelden vast dat het wapen op de binnenzijde van het voorblad onmiskenbaar toebehoorde aan de familie Van Wijhe van Echteld. De verrassing was compleet. Opvallend was wel dat het onderschrift van het wapen was afgescheurd. Het "afgescheurde" wapen van Otto van Wijhe op de binnenzijde van zijn 2e album amicorum De oorspronkelijke eigenaar van dit zojuist ontdekte album bleek Otto van Wijhe, de 9e heer van Echteld. Dit boekje was dus zijn 2e album amicorum. Vrijwel alle inscripties zijn in 1563 geplaatst. Hoe is dit uit te leggen? Otto had zijn 1e album waarschijnlijk in Orléans laten liggen. Dat was een gemis voor hem en hij besloot in arren moede maar een 2e boekje in gebruik te nemen. Het eerste album amicorum heeft hij waarschijnlijk later in Orléans weer opgehaald en na zijn studie meegenomen naar de Wijenburg. In de periode maart tot eind september 1563 verzamelde Otto in dit 2e album 15 inscripties. Een bijdrage van Adrianus van Mathenesse uit 1563 in het 2e album amicorum van Otto van Wijhe Door een 2e album in gebruik te nemen kon Otto ook zijn tijd in Douai met enthousiaste bijdragen van medestudenten documenteren. Eind goed, al goed. Toch niet, dit verhaal is nog niet ten einde. Zoals eerder vastgesteld, ging Otto in 1565 weer naar huis. In dit tweede album volgt dan nog een bijdrage voor Otto in 1567. De plaats van handeling wordt niet genoemd. Maar na deze inscriptie is er iets heel merkwaardigs aan de hand. Er volgen nu 12 bijdragen, niet bestemd voor Otto, maar voor ene Johan van Wijhe. Een bijdrage uit 1574 van Johannes a Hulsberch voor Johan van Wijhe in het 2e album amicorum van Otto van Wijhe Deze Johan van Wijhe is op de een of andere manier in het bezit gekomen van Otto's 2e album amicorum. Johan van Wijhe heeft het 2e vriendenboekje van Otto niet alleen gebruikt voor bijdragen van medestudenten. Hij heeft ook "falsificaties" aangebracht. Wilde hij de naam van Otto zoveel mogelijk uit het boekje bannen? Johan van Wijhe probeerde in de meeste inscripties voor Otto, de naam Otto te veranderen in Johan. In het 2e vriendenboekje is heel duidelijk te zien dat er geknoeid is. Het veranderen van de naam Othoni in Johanni viel niet mee! De "fraudeur" kwam niet verder dan een vlekkerige correctie van Othoni in Johani (met één n) terwijl in de bijdragen voor Johan zelf steeds duidelijk Johanni staat (met twee nn). Ook anderen moeten in die tijd gezien hebben dat er met het boekje geknoeid is of is het geknoei van latere datum? Op het eerste blad, waarop fier het Van Wijhe-wapen prijkt, is de onderkant zoals eerder vermeld afgescheurd. Kon Johan van Wijhe het niet verdragen dat hier de naam van Otto stond? Is hier sprake van afgunst en ruzie binnen de Van Wijhe-familie of was het gewoon een Spielerei van twee jongelui? Kortom we blijven met veel vragen achter. In ieder geval is het boekje buiten de familiearchieven terecht gekomen. Zodoende kon het op een zaterdagmorgen weer opduiken in de Rai te Amsterdam. Een boeiend verhaal. Ook de medewerkers van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag vragen zich daarnaast af: wie was deze Johan van Wijhe? In de omgeving van Otto zijn broer Johan en een neef Johan te traceren. Ook zij leverden bijdragen aan verschillende vriendenboeken van medestudenten. Een voorbeeld van de falsificaties van Johan van Wijhe: hij veranderde Otto in Johan De persoon die Otto's 2e vriendenboekje gebruikte moet echter een andere Johan zijn. Onderzoek heeft laten zien dat deze Johan een wapen voerde met een halve klimmende leeuw. Dit houdt in dat het hier mogelijk een Van Wijhe uit Hernen betreft. Otto had zijn contacten met de Van Wijhe's uit Hernen en trouwde later Christina uit dat huis. Er blijven echter twee problemen over. In het door Johan aangebrachte wapen ontbreken de kroontjes van goud bij de leeuw en het helmteken. Dit wijkt af van de Van Wijhe-wapens in Echteld en Hernen. Verder is tot dusver geen enkele Johan van Wijhe in Hernen terug te vinden rond 1565. Het 2e vriendenboekje van Otto plaatst onderzoekers voor een raadsel. Het afgelopen jaar is er veel gezocht. Gaat het om een bastaard uit Hernen of een bastaard uit Echteld? Ook een Van Wijhe uit de omgeving van Arnhem is mogelijk, zij voerden ook de halve leeuw in hun wapen. Hoe kunnen de raadsels rond het 2e album amicorum van Otto van Wijhe worden opgelost? Van de verzamelaars die het 2e album amicorum van Otto van Wijhe aankochten, mochten wij voor onze website foto's maken van de bijdragen in dit vriendenboekje. Enkele van deze foto's zijn in dit artikel te zien. Samen met medewerkers van de Koninklijke Bibliotheek zijn we o.m. met behulp van de foto´s bezig met verder onderzoek. Zie ook: "Rijnlandse alba amicorum" | van Wijhe, Otto (I10277)
|
| 294 | A child of Alfred John Partridge and Irene Ellen | Partridge, Irene Millicent (I4983)
|
| 295 | A couple of years after Anna van Egmond's death, William had a brief relationship with Eva Elincx, a commoner, leading to the birth of an illegitimate son, Justinus van Nassau. William officially recognized Justinus as his son and took responsibility for his education - Justinus would become an admiral in adult life. | Elincx, Eva (I6371)
|
| 296 | A Latin text translated by Google: 7 February 1338(?) - O. Irmegardis. O. Aled Don. his cup in the sacristy. - O. Tuyze of Ossenbroich and his wife Hadewigis his mother and father and all of their children and Gerard, Wederus, Stephen Tuyze Dedericus, Hyeldegardis Margaret Katherine Methildis Heylwigis Jutta Lisabet Katherine, we have the following things: 1 floren half yearly in the cellarer . | van Ossenbroich, Thuyze (I3616)
|
| 297 | Aad. | Verduijn, Adriaan Gijsberthus (I9474)
|
| 298 | Aad. | Verduijn, Adriaan Gijsberthus (I9474)
|
| 299 | Aaltje had an illigitimate son three years before her marriage to Teunis. | van Osnabrugge, Aaltje (I3192)
|
| 300 | Aaltje is getrouwd te Woudenberg op 15 juli 1859, op 27-jarige leeftijd met Jacob Vermeulen (30 jaar oud), geboren te Woudenberg in het jaar 1829, zoon van Jacob Vermeulen (tabaksplanter) en Jannigje Hak. | Vermeulen, Jacob (I3103)
|