Notes


Matches 1,551 to 1,600 of 5,674

      «Prev «1 ... 28 29 30 31 32 33 34 35 36 ... 114» Next»

 #   Notes   Linked to 
1551 Count of Wylich and Lottum.
1720 beleend met Kaldenbroek.

Johann Christoph von Wylich und Lottum geboren Kleef 9 mei 1681, overleden Huet 17 oktober 1727, generaal, trouwde met Hermine Alexandrine Friederike Wilhelmine, Freiin von Wittenhorst-Sonsfeld, geboren 4 september 1685, overleden 17 april 1747.

Schloss Hueth, gesprochen Hüth, möglicherweise früher auch unter dem Namen Bruckhuet bekannt, ist ein Wasserschloss etwa 1,5 Kilometer nördlich des Reeser Ortsteils Bienen im nordrhein-westfälischen Kreis Kleve.

Schon kurz nach der Errichtung im 14. Jahrhundert durch die Ritter von Hekeren (auch Heckeren) wurde die mittelalterliche Anlage ein Lehen Kurkölns. Ende des 14. oder zu Beginn des 15. Jahrhunderts kam die damalige Burg an die Familie von Wylich, in deren Besitz sie für mehr als drei Jahrhunderte verblieb. Im 17. Jahrhundert zu einem Schloss umgestaltet, wurde Hueth wegen finanzieller Probleme in der ersten Hälfte des 18. Jahrhunderts an Friedrich Wilhelm von Borcke verkauft. Seine Familie gestaltete das Herrenhaus der Anlage im Stil des Rokokos um. Durch Heirat und Erbschaft kam Schloss Hueth im 19. Jahrhundert an die Familie von Wittenhorst-Sonsfeld, die heute noch Eigentümerin ist. Da sie die seit dem Zweiten Weltkrieg mehrheitlich zerstörten Gebäude privat nutzt, ist die Anlage für die Öffentlichkeit nicht zugänglich. 
van Wylich, Johann Christoph (I4310)
 
1552 Count William married twice. He first married in 1197 at Stavoren to Adelaide of Guelders, daughter of Otto I, Count of Guelders and Richarde of Bavaria. Adelaide died on 12 February 1218 while William was away on a crusade. On his return, in July 1220, he married Marie of Brabant, daughter of Henry I, Duke of Brabant and Maud of Boulogne and Alsace. She was the widow of Emperor Otto IV. van Brabant, Marie (I1598)
 
1553 Countess.
Descended from Alfred the Great of Wessex, King of England born 849 - 900 and through his son Edward I 870 - 924. 
van Leiningen-Dagsburg, Jolanda (I9272)
 
1554 Countess.
Descended from Alfred the Great of Wessex, King of England born 849 - 900 and through his son Edward I 870 - 924. 
van Leiningen-Dagsburg, Jolanda (I9272)
 
1555 Court at Utrecht.

Children:
-Paulus Hendric Justus van Hangest Baron D'yvoy 1742-1831
-Daniël Cornelis Egbert d'Yvoy 1744-1806
-Johanna Hermina Ivoi 1751-1818
-Maximiliaan Louis van Hangest Baron D'yvoy 1753-1831
-Cornelis Frederik van Hangest Baron D'yvoy 1758-1836
-Catharina Frederika Cornelia Ivoi 1760-1820 
van Hangest d' Yvoy, Maximiliaan (I9826)
 
1556 Court at Utrecht.

Children:
-Paulus Hendric Justus van Hangest Baron D'yvoy 1742-1831
-Daniël Cornelis Egbert d'Yvoy 1744-1806
-Johanna Hermina Ivoi 1751-1818
-Maximiliaan Louis van Hangest Baron D'yvoy 1753-1831
-Cornelis Frederik van Hangest Baron D'yvoy 1758-1836
-Catharina Frederika Cornelia Ivoi 1760-1820 
van Hangest d' Yvoy, Maximiliaan (I9826)
 
1557 Cragt?

Another source says that he was married to Catharina van Elverick and had Elisabeth and Henrick with her.
genealogy.richardremme.com/tng/getperson.php?personID=I156573&tree=tree01 
Ripperbant, Dirk (I141)
 
1558 Crato of Cragt Ripperbant is canonicus geworden ad St. Martinum tot Embrick als Derrick van Rijswick Praest tot Wissel sine moeders Broederdese praebinde resigneerde. Hij heeft oeck dese canonicaet verder resigneert en is getrout, sine vrou juffer Elisabeth van der Legge, vide E. Wassenberg in sine Embricksche beschrivinge onder het getal van dijH. H. canoniken pag. 84.
Ref: De navorscher-Nederlands archief voor genealogie en ..., Volume 57; Volume 1908, page 183

Hij troude juffer Elisabeth van der Legge al. die Leeghe in een brief de anno 1508 N°. 48 waer bij hij kinders procreert heeft van welcke juffer JUDITH RIPPERBANT, haer beide onmundighe dogterken, na sin doot nogh geleeft heeft ao 1576 als wanneer een verdragh of accoort is gemaeckt tussen joffer Elisabeth die Leeghe weduwe van wegen haer onmundige dogterken JUDITH RIPPERBANT, die sij nogh van salige CRAGT RIPPERBANT oere Eheman in leven behalden heeft en tussen SIJBERT RIPPERBANT en Herman van den Bergel den jongeren en juffer MICHIEL RIPPERBANT sine huisvrou.
In dit accoort worden benoemt als Scheitsvrinden : Heer Henrick van Cunerdorf deken tot S. Walburgen binnen Arnem, Heer Henrick van Wagtendonck Pater in dem Fraterhuise binnen Embrick, juffer Wilberich Stecke, weduwe salige HENRICK RIPPERBANT Johan Masschop, Henrick van Elverick juffer Elisabeth van der Legge of die Leege, weduwe van CRAGT RIPPERBANT is hertrout aen Heer Simon Glauw van Herstenhorst, waer van ock kinderen gehat. juffer JUDITH RIPPERBANT zal dat geweest 1584. 
Ripperbant, Cragt (I522)
 
1559 Culemborg Bentinck, Hendrick (I960)
 
1560 Cunera is sister-in-law of Lubberta van Ossenbroeck van Salland, Cunera (I1103)
 
1561 Cunigunda (c. 893 - aft. 923) was the daughter of Ermentrude of France, daughter in turn of Louis the Stammerer, king of the Franks. The identity of her father is unknown (?) In 898 her uncle Charles III gained control as king of the Franks, changing Cunigunda's life for the better.

To gain greater affinity with the nobles of Lotharingia, King Charles III arranged the marriage of Cunigunda in 909 with the powerful Wigeric of Lotharingia (890-919). Their children were:

Frederick I (d. 978), who was count of Bar and duke of Upper Lorraine
Adalberon I (d. 962), elected bishop of Metz in 929
Gilbert (d. 964), count in the Ardennes
Sigebert, mentioned in 942.
Liutgarde, who married Adalbert, Count of Metz, then Eberhard IV, count of Nordgau.
Gozlin, Count of Bidgau (d. 942), married to Oda of Metz and father of Godfrey I, Count of Verdun.
Siegfried, count of Luxembourg.[1]
Around 922, she married Ricwin, Count of Verdun (d. 923).

References 
of France, Cunigunda (I10370)
 
1562 Cunigunda (c. 893 - aft. 923) was the daughter of Ermentrude of France, daughter in turn of Louis the Stammerer, king of the Franks. The identity of her father is unknown (?) In 898 her uncle Charles III gained control as king of the Franks, changing Cunigunda's life for the better.

To gain greater affinity with the nobles of Lotharingia, King Charles III arranged the marriage of Cunigunda in 909 with the powerful Wigeric of Lotharingia (890-919). Their children were:

Frederick I (d. 978), who was count of Bar and duke of Upper Lorraine
Adalberon I (d. 962), elected bishop of Metz in 929
Gilbert (d. 964), count in the Ardennes
Sigebert, mentioned in 942.
Liutgarde, who married Adalbert, Count of Metz, then Eberhard IV, count of Nordgau.
Gozlin, Count of Bidgau (d. 942), married to Oda of Metz and father of Godfrey I, Count of Verdun.
Siegfried, count of Luxembourg.[1]
Around 922, she married Ricwin, Count of Verdun (d. 923).

References 
of France, Cunigunda (I10370)
 
1563 Daarna komt een Henricus van Brienen voor in 1295/295 wanneer deze het ambt Kessel en Rode afrekent; deze is wellicht zijn zoon. Het is zeer waarschijnlijk dat ze de voorouders zijn van nagenoemde familie. van Brienen, Henricus (I600)
 
1564 Daarna komt een Johan van Brienen senior (de Alte) voor, die met 12 morgen Land in de Betuwe bij de brug aan de Elderensteghe wordt beleend28 mei 1325, beleend te Wageningen in 1326, knape is in 1331, borg engetuige in 1331 en schepen van Arnhem is in 1328-1331 alsmede rentmeester van de Veluwe in 1330. van Brienen, Johan (de Alte) (I602)
 
1565 Daggelder van Wagensveld, Jacobus (I753)
 
1566 Daggelder. van Osnabrugge, Evert (I3212)
 
1567 Dagloner, arbeider Buurman, Dirk (I710)
 
1568 Dagloner, arbeider.

In 1865 wordt er roerend goed verkocht t.v.v. de nagelaten kinderen van Aaltje Jongkamp, wed. Teunis Osnabrugge, genaamd Hendrik, Wouter, Dirk, en Jan Osnabrugge, allen wolkammers te Scherpenzeel en Evert Osnabrugge, daggelder te Leersum. Roerend goed t.w.v. f 113,75. Roerend goed van Dirk Osnabrugge t.w.v. f 18,15. Gedaan ten huize van Aaltje, wijk A nr. 139, in de Krommehoek (Not. Scherpenzeel 4136, nr. 21; 27-04-1865). 
van Osnabrugge, Teunis (I3220)
 
1569 dagwerker.

Jelis Barendse van Oostenbrugge, ged. Woudenberg 3.5.1760, tr. (1) Mietje Jansen van Doorn; tr. (2) Scherpenzeel 4.11.1798 Jannetje Hendrikse van Droffelaar, jd. geb. onder Leusden.

In 1796 komen Jelis Barentse van Osnabrugge en Altien Jansen van Doorn met attestatie van Woudenberg (Herv. Gem. Scherpenzeel 167; Kasboek diaconie 1763-1819, fol. 82; 1796).
Den 14 junij 1778 Hendrij Crauwel verhurd bij Jan Beerenden Osnabrugge, beginnende met den 8 julij 1779 tot ossemerkt 1780 voor de kost en moeten haar drie maanden school laeten gaen en haer belappen en bestoppen en vrij couwesen en schoenen, klompen en sokken en twe hemden en een boeselaer geven. Hendrijn Crauwel is van Jan Beerende gaen loopen en is nu weeder bij Lubbert Albertse (Herv. Gem. Scherpenzeel 156, kasboek diaconie 1721-1819, fol. 101).
In 1799 komt Jannitje van Droffelaar met attestatie van Leusden (Herv. Gem. Scherpenzeel 167; Kasboek diaconie 1763-1819, fol. 94; 1799).
In 1818 kopen Jan Maassen van der Kemp x Antonia Loevezijn van Jelis Barend van Osenbrug een daggeldershuis, erf, werf en hof aan de straatweg aan het westeidne onder Scherpenzeel, later: sectie D 231,232, erfpacht van f 6,50 t.b.v. Johannes van Wittenberg, groot 9 roeden, 10 ellen (Not. L. van Schaik te Wijk bij Duurstede 25-02-1818). 
Osnabrugge, Jelis Berendsen (I41)
 
1570 Dame van Neersen von Pallant, Agnes (I6645)
 
1571 Daniël werd in 1699 in Wormerveer geboren als zoon van Wilhelmus Mobachius en Elisabeth Quaat, de zuster van de moeder van Anna Ossenbrugge. Hij was arts van beroep, werd in 1722 poorter van 's-Hertogenbosch en was vanaf 1731 elfmaal schepen van deze stad.

Begraven in de St Jans' cathedraal in 's-Hertogenbosch.

In 1707 stond het graf op naam van Van Zantvoort. Op 15 november 1725werd het eigendom van de Hr Doctor Mobachius de quaad. Het gaat om Daniël Mobachius Quaat, onder Bijzonderheden genoemd, die als enige erfgenaam van zijn tante Anna Ossenbrugge(n) ook het graf van haar overleden echtgenoot Martinus Friesma erfde. In de leggers van 1752-1755 en 1779 staat het graf nog steeds op naam van de Heer Oud President DanielMobachius Quaat. Blijkens de legger van 1804-1805 werd het na zijn dood eigendom van zijn kinderen Vesalius en Isabella Maria Mobachius Quaad, weduwe van Aldert Walraven, en zijn kleinzoon Daniel Mobachius Quaad.
De zerk van Martinus Friesma lag in 1821 in de noordelijke binnenzijbeuk van het schip, in de vierde travee vanaf het westen. Uit de leggers kan worden opgemaakt dat de steen hier in het midden van de achttiende eeuw al lag. De locatieaanduidingen in de oudste twee leggers, van 1752-1755 en 1779, duiden echter op een andere plaats in dezelfde zijbeuk, namelijk in de eerste travee vanaf het transept.
Martini las op de zerk enkel de naam van Martinus Friesma, terwijl het graf 1707 en 1724 op naam van Van Santvoort stond. Een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat de oude inscriptie van de zerk van Van Santvoort afgesleten of verwijderd was, waardoor de zerk in 1821nog slechts de naam van Martinus Friesma droeg. Ook is mogelijk dat de zerk van zijn oorspronkelijke plek verwijderd was en vervangen door een nieuwe steen met daarin de naam van Martinus Friesma.
Hs 1709 bevat twee zerken waarop de naam Van Santvoort voorkomt (41.1en 57.1). Geen daarvan werd door Martini opgenomen en ook nu zijn deze niet meer in de kerk terug te vinden. Hs 1709, 57.1 geeft onder andere de naam van Gojaert Matthijsz van Santvoort, met de vermelding dat het hier een gebroken zerk betrof, die uit de kerk was verwijderd en aan de noordzijde van het kerkhof van de Sint-Jan was neergelegd. Hoewel niet meer is na te gaan waar deze zerk voorheen in de kerk lag, is het heel goed mogelijk dat hij oorspronkelijk het graf met het oude registratienummer 348 afdekte. In dat geval kreeg het graf nog vóór 1709 een nieuwe, wellicht door Martinus Friesma zelf gekochte deksteen, diewaarschijnlijk kort nadien, maar in ieder geval vóór zijn dood van een inscriptie werd voorzien. 2. 
Mobachius Quaat, Daniël (I1877)
 
1572 Dat gerichte in Liemersch bekent dat vor hor komen is die erbar Wolter Smullings echte soen Raeb Smullings volmacht hebbende van sin vader vurs. en van Joffer Bartruid sijne moeder en heeft bekent ontfangen te hebben van den erentfesten und fromen Johan van Selbach drost tot Coevorden eene summe geldes wegen vercoops des halven Smulling tiends, hij bid der erbaren Ricquin Cloeck amptman tot Elten vor hem te onderteickenen. 1533 up naisten dinxdach na den sondach invocav?
Afschrift 114

Die veste und vrome Raeb Smullings und Wolter Smullings gebrudern hebben strijdt om eenen tijndt en sullen sich verglijcken, 1536 donnersdach post oculi. Sij sijn beide al doot 1557, Wolter Smullings erven wonende doe op Caldenhoven.
Hoge Raad van Adel, Collectie Van Spaen, Inventarisnummer 173: Register, bevattende:
Copieën van en extracten uit acten uit de 13de - 17de eeuw, berustende in archieven van Gelderse en andere riddermatige huizen, geslachten, kloosters en kerken. 
Smullinck, Raeb (I8837)
 
1573 Dat gerichte in Liemersch bekent dat vor hor komen is die erbar Wolter Smullings echte soen Raeb Smullings volmacht hebbende van sin vader vurs. en van Joffer Bartruid sijne moeder en heeft bekent ontfangen te hebben van den erentfesten und fromen Johan van Selbach drost tot Coevorden eene summe geldes wegen vercoops des halven Smulling tiends, hij bid der erbaren Ricquin Cloeck amptman tot Elten vor hem te onderteickenen. 1533 up naisten dinxdach na den sondach invocav?
Afschrift 114

Die veste und vrome Raeb Smullings und Wolter Smullings gebrudern hebben strijdt om eenen tijndt en sullen sich verglijcken, 1536 donnersdach post oculi. Sij sijn beide al doot 1557, Wolter Smullings erven wonende doe op Caldenhoven.
Hoge Raad van Adel, Collectie Van Spaen, Inventarisnummer 173: Register, bevattende:
Copieën van en extracten uit acten uit de 13de - 17de eeuw, berustende in archieven van Gelderse en andere riddermatige huizen, geslachten, kloosters en kerken. 
Smullinck, Raeb (I8837)
 
1574 Datum: 09-11-1684
Kind: Mathies van Osnabrug
Vader: Abraham Janse van Osnabrug
Getuige: Geritje van Dalen
Getuige: Annetje Jansen van Osnabrug
Getuige: Adam Jansen van Osnabrug
Bron: Archiefnr 1004
Archiefnaam: Dopen Lutherse kerk
Inventarisnummer 280
Opmerkingen: toevoeging onderzoeker: doopdatum onjuist

Ondertrouwd op 02-04-1707 te Leiden (getuigen: zijn vader Abraham Oosenbrugh en haar moeder Annetje Gouverneur), gehuwd 1707 met Catharina van Barswijkerhoorn, geboren ca 1686, dochter van Abraham Jacobs Barsingerhorn en Anna Gouverneur.
Woonplaats bruidegom: Westvolderssteegh 
van Osnabrug, Mathies (I6934)
 
1575 Datum: 09-11-1684
Kind: Mathies van Osnabrug
Vader: Abraham Janse van Osnabrug
Getuige: Geritje van Dalen
Getuige: Annetje Jansen van Osnabrug
Getuige: Adam Jansen van Osnabrug
Bron: Archiefnr 1004
Archiefnaam: Dopen Lutherse kerk
Inventarisnummer 280
Opmerkingen: toevoeging onderzoeker: doopdatum onjuist

Ondertrouwd op 02-04-1707 te Leiden (getuigen: zijn vader Abraham Oosenbrugh en haar moeder Annetje Gouverneur), gehuwd 1707 met Catharina van Barswijkerhoorn, geboren ca 1686, dochter van Abraham Jacobs Barsingerhorn en Anna Gouverneur.
Woonplaats bruidegom: Westvolderssteegh 
van Osnabrug, Mathies (I6934)
 
1576 Datum: 14-03-1662
Kind: Maria van Ossenbrugge
Vader: Jan Jansz van Ossenbrugge (de jonge)
Getuige: Ode Gerrits
Bron: Archiefnr 1004
Archiefnaam: Dopen Lutherse Kerk
Inventarisnummer 280-282
Opmerkingen: Achter vader staat: de jonge. Getuige 2 is de vrouw van Ode Gerrits. Getuige 3 is de dochter van Ode Gerrits. 
van Ossenbrugge, Maria (I7484)
 
1577 Datum: 14-03-1662
Kind: Maria van Ossenbrugge
Vader: Jan Jansz van Ossenbrugge (de jonge)
Getuige: Ode Gerrits
Bron: Archiefnr 1004
Archiefnaam: Dopen Lutherse Kerk
Inventarisnummer 280-282
Opmerkingen: Achter vader staat: de jonge. Getuige 2 is de vrouw van Ode Gerrits. Getuige 3 is de dochter van Ode Gerrits. 
van Ossenbrugge, Maria (I7484)
 
1578 Datum: 19-07-1682
Kind: Willem van Ossenburg
Vader: Evert van Ossenburg
Moeder: Trijntje van Koesvelt
Getuige: Reinier van Ossenbrug
Getuige: Marij Kosters
Bron: Archiefnr 1004
Archiefnaam: Dopen NH Hooglandsche Kerk
Inventarisnummer 240 
van Ossenburg, Willem (I7489)
 
1579 Datum: 19-07-1682
Kind: Willem van Ossenburg
Vader: Evert van Ossenburg
Moeder: Trijntje van Koesvelt
Getuige: Reinier van Ossenbrug
Getuige: Marij Kosters
Bron: Archiefnr 1004
Archiefnaam: Dopen NH Hooglandsche Kerk
Inventarisnummer 240 
van Ossenburg, Willem (I7489)
 
1580 Datum: 19/10/1638
Bron: DTB-069
Vindplaats: GAHt
Kerk: Grote Kerk
Kerkelijke Gezindte: NG
Naam: Aefken
Rol: Gedoopte
Wettig: ja
Naam: Jan Elijnck
Rol: Vader
Naam: Cornelia Hoouck
Rol: Moeder
Naam: Elinck, Ghisbart
Rol: Getuige
Naam: Hoonckgeest, Maria en Hindrick van Ossenbrugh
Rol: Getuige
Naam: Vos, Elijsabet
Rol: Getuige
Plaats doop 's-Hertogenbosch 
Elijnck, Aefken (I7632)
 
1581 Datum: 19/10/1638
Bron: DTB-069
Vindplaats: GAHt
Kerk: Grote Kerk
Kerkelijke Gezindte: NG
Naam: Aefken
Rol: Gedoopte
Wettig: ja
Naam: Jan Elijnck
Rol: Vader
Naam: Cornelia Hoouck
Rol: Moeder
Naam: Elinck, Ghisbart
Rol: Getuige
Naam: Hoonckgeest, Maria en Hindrick van Ossenbrugh
Rol: Getuige
Naam: Vos, Elijsabet
Rol: Getuige
Plaats doop 's-Hertogenbosch 
Elijnck, Aefken (I7632)
 
1582 Daughter
Before (?) he was married William had a relationship with a woman, possibly named Jutta van Pumbeke and had a daughter with her. Her namewas Jutta van Holland. 
van Pumbeke, Jutta (I1596)
 
1583 Daughter of Andries Sakes and Aaltsje Hayes Andries, Aukjen (I9362)
 
1584 Daughter of Andries Sakes and Aaltsje Hayes Andries, Aukjen (I9362)
 
1585 Daughter of Dirck van Rodenrijs van Rodenrijs, Beatrijs (I9636)
 
1586 Daughter of Dirck van Rodenrijs van Rodenrijs, Beatrijs (I9636)
 
1587 Daughter of Dirk I van Teylingen, drossaard and Alveradis (Aleida) van Heusden

In andere gegevens wordt uitgegaan van Aleidis (Ada) van Brederode *Slot Brederode trouwde in ~1260 met Willem II van Egmont. Zij zou geboren zijn als dochter van Dirk Drosselaar van Brederode en Alveradis van Heusden. Dochter: Halewine van Egmond. 
van Brederode, Ada (I9300)
 
1588 Daughter of Dirk I van Teylingen, drossaard and Alveradis (Aleida) van Heusden

In andere gegevens wordt uitgegaan van Aleidis (Ada) van Brederode *Slot Brederode trouwde in ~1260 met Willem II van Egmont. Zij zou geboren zijn als dochter van Dirk Drosselaar van Brederode en Alveradis van Heusden. Dochter: Halewine van Egmond. 
van Brederode, Ada (I9300)
 
1589 Daughter of Geerda van Deelen van Hackfort, Geertrui (I1146)
 
1590 Daughter of Gijsbrecht II van Amstel and Bertrande van IJsselsteijn
Wife of Willem van Egmond, I
Mother of Gerard van Egmond and Maria van Egmond
Sister of Gijsbrecht III van Amstel, heer van Amstel en IJsselsteijn; Willem van Amstel; Egbert van Amstel and Gerard van Amstel 
van Amstel-IJsselstein, Badelog (I9296)
 
1591 Daughter of Gijsbrecht II van Amstel and Bertrande van IJsselsteijn
Wife of Willem van Egmond, I
Mother of Gerard van Egmond and Maria van Egmond
Sister of Gijsbrecht III van Amstel, heer van Amstel en IJsselsteijn; Willem van Amstel; Egbert van Amstel and Gerard van Amstel 
van Amstel-IJsselstein, Badelog (I9296)
 
1592 Daughter of Hendrick Ariens van Garneren and Teuntje Peterse
Wonende met haar man op het huis Luchtenburg 
van Gameren, Niesken Hendrickse (I552)
 
1593 daughter of herman Dirckse van de Kaede and Grietje Wouterse van Murmelen.
She remarried Gerrit Meertense van Schaijk 
van de Kaede, Adriaentje Hermanse (I670)
 
1594 daughter of Jan Johannes Poeder and Hillechien Heines. Poeder, Femke (I9344)
 
1595 daughter of Jan Johannes Poeder and Hillechien Heines. Poeder, Femke (I9344)
 
1596 daughter of Jannes Eises (?) and Seesko Jans (?) Oostmeyer, Aaltsje Jannes (I9358)
 
1597 daughter of Jannes Eises (?) and Seesko Jans (?) Oostmeyer, Aaltsje Jannes (I9358)
 
1598 Daughter of Johan Schimmelpenninck and Mechteld van der Capellen van den Dam.

1606 married in the land of van der Mark.

1613 Dezember 16
Beschreibung : Auf Ersuchen des Wilhelmus Borman, gen. Kessel, Dieners des Amtmanns Joh. von und zu Ossenbroich, Herrn zu Blitterswick, verifiziert Joh. Justus die Hand der +Gertrudt v. Schimmelpfennig. Zeugen: Dieterich Israels, Bürger zu Düsseldorf, und Thoniss Neess v. Syntzig.Transsummiert ist eine Erklärung Ossenbroichs, d.d. 1606 April 6. Grevenbroich, dass er die schwangere Gertrudt v. Schimmelpfennig zu seiner Ehefrau annehme, damit sie bei ihren Eltern und Freunden nicht verunglimpft werde.
Bestellsignatur : Gesamtarchiv von Romberg - Urkunden, Nr. 2383.

1615 Februar 15
Beschreibung : Johan von Oßenbroch zu Ossenbroch, Herr zu Blitterßweich, erklärt vor den Schöffen des Gerichts in Collen, Henricus Faber, Dr. der Rechte, und Johannes Fabritius, und vor dem Notar Paulus Gaelenvon Gülich, dass er in seinem Heiratsvertrag mit Giertrud Schimmelpfennigh festgesetzt habe, dass die aus dieser Ehe stammenden Kinder mit Geld verglichen werden, falls er eine zweite Ehe eingehe, während die Kinder aus dieser Ehe die Erbgüter erhalten sollen; da nun der vorgesehene Fall eingetreten, so vermacht er seiner Tochter aus erster Ehe Margaretha mit Zustimmung seiner Verwandten aus den Häusern Oßenbroch und Schirpen und seiner zweiten Gemahlin Elisabeth geborene von Viermondt 9000 Taler Neußer Währung, den Taler zu 52 Albus gerechnet, dazu eine adeliche Ausrüstung oder 1000 Taler, dagegen hat sie zu Gunsten seiner beiden Söhne aus zweiter Ehe keine Ansprüche auf die väterlichen Erbgüter.Zeugen: Henrich von Efferen gen. Hall zum Busch, Godfridt Dußell, Dr. der Rechte, Werner Pampis, Urbain Esser, Herman Bellman.

in 1624 leven de 2 zonen van Virmund nog 
Schimmelpenninck, Geertruijd (I3944)
 
1599 Daughter of Otto Ernst
1828 (Oudwolle) - 1879 (Leeuwarden) 
van Limburg-Stirum, Cecilia Johanna (I9884)
 
1600 Daughter of Otto Ernst
1828 (Oudwolle) - 1879 (Leeuwarden) 
van Limburg-Stirum, Cecilia Johanna (I9884)
 

      «Prev «1 ... 28 29 30 31 32 33 34 35 36 ... 114» Next»